Post van Weldadigheid

Bent u één van die miljoen Nederlanders die een voorouder heeft in de Koloniën van Weldadigheid? Veel nazaten gaan op zoek naar het lief en leed van hun voorouders. Helpt u mee die gegevens vindbaar te maken?

Stand van zaken

  • 135.321 scans
  • 471 deelnemers

  • 57.429
    • 57.6% Onbruikbaar
    • 42.4% Dubbel ingevoerd
    • 42.4% Gecontroleerd
    Dubbel ingevoerd 100%
  • 57.429
    • 57.6% Onbruikbaar
    • 42.4% Dubbel ingevoerd
    • 42.4% Gecontroleerd
    Gecontroleerd 99.9%
Wil Schackmann

Wil Schackmann

Cursus zoeken naar bedelaars (maar vooral anderen), deel 3

Met dit derde stukje sluit ik de serie af over de sinds kort op internet geplaatste stamboeken en inschrijfregisters van de Maatschappij van Weldadigheid. Deel 1 staat hier en deel 2 staat hier. Als mensen ervaringen hebben opgedaan met het zoeken in die registers, dan hoor ik dat heel graag. En ja, het is regelmatig een zootje in die boeken. Echt makkelijk zal het nooit worden, het is nu eenmaal een negentiende eeuwse administratie, laten we blij zijn met alles wat er van over is.

---

Er zijn enkele manieren waarop mensen in de koloniën van de Maatschappij terecht kunnen zijn gekomen:

- Op contract met het gouvernement.

Bedoeld worden de contracten van november 1822, februari en maart 1823, die later zijn vervangen door het contract van 16/19 juni 1826, welke laatste in 1843 weer door een ander contract is vervangen. Dit betreft de (meeste) bedelaars, de (meeste) weeskinderen en 'hulpbehoevende gezinnen en eenloopende personen'. Dit volk zit allemaal in Veenhuizen en de Ommerschans.

- Uit de contributie.

Als een plaatselijke subcommissie van weldadigheid voor 1700 gulden aan contributies heeft opgehaald, heeft ze recht op een hoeve in een van de vrije koloniën Frederiksoord, Willemsoord of Wilhelminaoord.

- Bij (vrijwillig) engagement.

Dit zijn of huisverzorgers, mensen die op een hoeve in de vrije koloniën zorgen voor een groepje weeskinderen, of personeelsleden. Helaas zijn de personeelsregisters van de Maatschappij (nog) niet gedigitaliseerd, dus dat zal nog steeds op het archief moeten.

- Op (particulier of bijzonder) contract.

Daar ga ik het vandaag over hebben.

---

Van 1819 tot 1823 sloot de Maatschappij contracten met 'diverse Korporatien en Gemeente Besturen' voor plekken in de koloniën. Er zijn A-contracten, genummerd van 1 tot en met 42, meestal aangeduid als 'La A' en dan een nummer. Dus als je bijvoorbeeld tegenkomt  'La A26' dan is dat het contract onder de letter A met nummer 26, zijnde het contract met 'Regenten van het Armen- Gast en Weeshuis te Vlissingen' voor de overname van zes wees- of armenkinderen à 60 gulden per jaar per wees met gratis bijplaatsing van twee huisverzorgers en twee gezinnen. Vlissingen beschikt daardoor dus over drie hoeves in de vrije koloniën.

Daarnaast zijn er B-contracten en C-contracten en D-contracten die allemaal net ietsje anders zijn dan A-contracten, maar het gaat te ver dat hier helemaal uit te spitten.

E-contracten zijn contracten met particulieren en dat zijn de enige die ook na 1823 nog afgesloten worden. Dat zijn bijvoorbeeld voogden die een kind plaatsen, of ouders die een moeilijk opvoedbaar kind in de kolonie wegzetten, of juist andersom: zoons die hun bejaarde vader dumpen.

F-contracten tenslotte gaan om bedelaars die door subcommissies of gemeentebesturen buiten het contract met het gouvernement om in de Ommerschans of Veenhuizen geplaatst worden.

Alle contracten lopen door tot 1859, waarna ze ontbonden worden verklaard.

---

De mensen die op particulier contract in de kolonie geplaatst zijn staan tot 1829 op de gekste plekken in het archief. Vaak achterin stamboeken, of op een los vel in een register. Maar per 1829 staan ze allemaal bij elkaar in één boek. Ze hebben vanaf dat moment ook een unieke aanduiding, bestaande uit een nummer en de letter 'B' (van Bijzonder contract). Dus als je tegenkomt 123B of B123, dan is dat een persoon of een gezin, geplaatst op particulier contract en te vinden als nummer 123 in het stamboek van de op contract geplaatsten.

((NB: niet te verwarren met de aanduiding 'bis', bijvoorbeeld 76bis, want dat slaat op hulpbehoevende personen die zijn geplaatst op 'de tweede helft van het contract van 16/19 juni 1826'. Ja, sorry. Een staatscommissie noemde het ook een van de omslachtigste en onoverzichtelijkste administratiën in ons koninkrijk. Dus vergeet die bis weer.))

Het enige wat nog wel moet is dat sommigen ook voorkomen als bijvoorbeeld PK17. PK staat natuurlijk voor partikulier kontrakt en dit is de aanduiding voor kinderen in het wezengesticht die niet op het contract met het gouvernement daar zitten. Maar zo'n PK heeft tegelijk ook een B-nummer. Nogmaals sorry.

--

Ik had beloofd het te gaan doen aan de hand van het bijzonder fraaie stukje dat Abdulwadud had opgediept, zie hier. Valt die Van der Toorn terug te vinden in de boeken van de Maatschappij? We gaan weer naar alledrenten.nl -> Bladeren door overige scans -> Maatschappij van Weldadigheid, en even bevestigen in het menuutje.

Invnr 1389 is het boek met alle mensen op bijzonder contract en invnr 1390 is het alfabetisch register daarop. Dus eerst die laatste, en dan vind ik G.J. v.d. Toorn met nummer 973. Dat is zijn B-nummer en op dat nummer kan ik hem vinden in 1389, want dat boek is op volgorde van nummer. Daar vind ik Gregorius Johannes van der Toorn (klopt dus helemaal met wat Ria in wiewaswie gevonden had), geboren 2 april 1786, hervormd, afkomstig uit Den Haag, in de kolonie aangekomen 21 april 1833, op het particulier contract E 88, welk contract is afgesloten met C. Vrijthoff te Voorburg (dus zijn moeder). Hij is overleden 6 januari 1840, klopt ook, en hij heeft gewoond kol 3 hoeves 51, 16, 25. 5, 27 & 23.

Kol 3 = Willemsoord dus ik heb zijn woongeschiedenis nagekeken in invnrs 1360 en 1361, want die bestrijken de periode 1833 tot 1840 in Willemsoord.

Gregorius Johannes komt dus aan op 21 april 1833 en wordt ondergebracht op hoeve 51 bij het huisverzorgersgezin van Cornelis Andries Smith, zes dagen nadat die Cornelis Andries is overleden.  Er zit dan bij die weduwe nog een hele kluit ingedeelden in huis en Gregorius Johannes gaat daar na een half jaar weg. Op 5 oktober 1833 verhuist hij naar hoeve 16, het gezin van Jacobus de Nekker, kolonist uit Sleeuwijk, vader van een wijkmeester en een schoolonderwijzer, inmiddels in de zestig.

Daar blijft Gregorius Johannes een jaar, op 25 oktober 1834 gaat hij naar hoeve 25, het gezin van kolonist Pieter Durks Dijkstra en zijn tweede vrouw Jeltje Klazes Riemersma (zie over haar ook dit verhaal dat enkele jaren later speelt).

Een half jaartje woont Gregorius Johannes hier, op 28 maart 1835 gaat hij naar hoeve 5, het gezin van Jan Wardenier, kolonist uit Schiedam (later schoonvader van Marianne der Nederlanden, maar dat is weer een heel ander verhaal). Hier blijft Gregorius behoorlijk lang, tweeënhalf jaar.

Op 7 oktober 1837 gaat hij naar hoeve 27, het huishouden van Jantje Weijers, weduwe van de Kampense kolonist Arend van der Weerd. Aan het stamboek te zien is dit weer, net als bij Cornelis Andries Smith, zo'n duiventil-huishouden, waar voortdurend ingedeelden in en uit vliegen.

Na anderhalf jaar, op 15 juni 1839, gaat Gregorius naar zijn laatste adres hoeve 23, welk nummer Abdulwadud dus helemaal juist op de envelop ontcijferd had, het gezin van Doede Klaaszn de Vries, kolonist uit Medeblik, net zo oud als Gregorius en dus de geadresseerde van de brief.

Dan wil ik tot slot nog noemen invnr 1391. Daarin zitten de stamlijsten van mensen die op particulier contract geplaatst zijn, maar dat ligt deels op chronologische volgorde en dat zoekt niet lekker.

En helemaal tenslotte: mevrouw Vrijthoff weduwe van der Toorn moet best bemiddeld geweest zijn, want zo'n E-contract waarmee ze haar zoon in de kolonie plaatst kost 60 gulden per jaar.

Wil Schackmann