Post van Weldadigheid

Bent u één van die miljoen Nederlanders die een voorouder heeft in de Koloniën van Weldadigheid? Veel nazaten gaan op zoek naar het lief en leed van hun voorouders. Helpt u mee die gegevens vindbaar te maken?

Stand van zaken

  • 135.321 scans
  • 476 deelnemers

  • 57.429
    • 57.6% Onbruikbaar
    • 42.4% Dubbel ingevoerd
    • 42.4% Gecontroleerd
    Dubbel ingevoerd 100%
  • 57.429
    • 57.6% Onbruikbaar
    • 42.4% Dubbel ingevoerd
    • 42.4% Gecontroleerd
    Gecontroleerd 99.9%
Meedoen aan dit project
Wil Schackmann

Wil Schackmann

Wijkmeesters

De stichting van de kolonie Willemsoord verdient absoluut een vermelding op het lijstje Grootste Chaossen in de Vaderlandse Geschiedenis.

Als op donderdag 1 juni 1820 de eerste bewoners arriveren, zes gezinnen uit Kampen plus zes weeskinderen en zes gezinnen uit Monnickendam plus zes weeskinderen, totaal rond de zeventig personen, zijn de aannemer en zijn bouwvakkers nog bezig, want die waren de afgelopen tijd 'door de gestadige regens in het afmaken der gebouwen belemmerd' en ze hebben herstelwerk doordat een storm met onweer 'aan 2 à 3 huizen in de kolonie no. 3, die in den opbouw, en dus tegen windvang niet behoorlijk gedekt waren, min of meer aanmerkelijke schade heeft toegebragt'.

Aldus Johannes van den Bosch die al enkele maanden ter plekke is om de kolonie uit de grond te stampen. Nauwelijks heeft hij die eerste zeventig bewoners onderdak gebracht of op zaterdag komt de eerste lading Dordrechtenaren binnen, 59 weeskinderen. 'Dan daarbij is slechts een huisgezin en een huisverzorger', schrijft Johannes, 'het schijnt dat de subkommissien niet een maal de moeite nemen van te denken bij het geen zij doen.' Als ze de huisverzorgers, die voor de kinderen moeten zorgen, vooruit hadden gezonden, had hij dat nog kunnen begrijpen, 'maar kinderen alleen is ongerijmd'.

Hij weet er niet goed raad mee. 'Ongelofelijk is de moeite om die van het nodige te voorzien. Men kan hun niets verstrekken uit vrees dat het verlopen word.' Hij zoekt mensen om ze bij in huis te doen, 'doch aan deze heb ik gebrek'. Bovendien is hij 'om vier of vijf duchtige kaerels verlegen om order te houden'. Want er moet nodig rust gebracht worden. 'De groote jongens schijnen gelijk doorgaans de weesjongens van grote weeshuizen verduveld baldadig.'

Hij vraagt om meer personeel. 'Potige duchtige kaerels heb ik nodig. Hier zal wat te plukken vallen. Halfblanke heertjes kan ik niet gebruiken.'

Midden in de drukte krijgt hij bericht van de contactpersoon in Amsterdam dat hij 'dinsdag 120 zielen van Dordrecht mij nog zal toezenden'. Met hetzelfde schip arriveren gezinnen en weeskinderen uit Rotterdam, Gorinchem en De Rijp. Via een andere boot, de lijndienst uit Enkhuizen, zijn dan de kolonisten uit Enkhuizen en Bovenkarspel al de Zuiderzee overgestoken en over land zijn gearriveerd gezinnen en weeskinderen uit Hoogeveen, Leeuwarden en Harlingen. Meteen daarop volgen de nieuwe bewoners uit Montfoort, Goor, Sleeuwijk, Utrecht, Boskoop, Delfshaven. Harderwijk, Zutphen, Nijkerk en Vlaardingen.

Het eerste dat opvalt is de onervarenheid van die gezinnen, ze 'moeten in het algemeen zeer veel leeren. Weinige slegts hebben eenige kennis van landbouw'. Terwijl hen wordt voorgedaan hoe ze een kantschop moeten vasthouden, blijft het probleem dat er te te weinig verzorgers zijn en te veel wezen. 'Thans ben ik bij gebrek van personen daar ik die bij indeelen kan, verplicht er 10 in een huis te logeren.' Dat is ook niet gezond. 'Ze slapen in een bed. Alle zijn schurft van kop tot teen.' Aan de verzorgers die er wel zijn mankeert van alles. Er is ene van de Berg, 'die een lap is door en door,' schrijft Johannes, er is ‘een bakkersbaas die een bakkerij verkwispeld heeft tegen een lading genever die hem door de keel gezeild is, een snijder die Frans en Engels spreekt en de gepersonifieerde luiheid verbeeld en een wijnsteker die de drank liever drinkt als verkoopt’.

Hij zou er wel van af willen, maar dat kan niet. 'Ik kan die niet terug zenden omdat ik mij niet weet te redden met de kinderen.' En hij verzucht: 'De duvel is niet in staat order te houden onder zulk een boel.'

--

Als na verloop van tijd de stofwolken zijn opgetrokken, worden er uit die chaos conclusies getrokken en wordt er een besluit genomen dat de boel beter moet stroomlijnen. 'Iedere kolonie,' aldus de permanente commissie op 29 september 1820, 'zal worden afgedeeld in wijken van 20 tot 30 huizen; over ieder wijk wordt een wijkmeester gesteld.'

En vanaf dat moment bestaat het verschijnsel wijkmeesters. Met enerzijds de taak 'de kolonisten in den veldarbeid te onderwijzen', en anderzijds te 'zorgen voor een goede policie in hunne wijken'.

In de post komen ze regelmatig voor, maar nu weten jullie waar ze vandaan komen.

Wil Schackmann

  • Abdulwadûd Louws

    Abdulwadûd Louws

    Laatst bijgewerkt op: 

    Dat waren de Koloniën van Baldadigheid, zo te lezen ;-)

  • Hoppie

    Hoppie

    Ja, die steden waren natuurlijk ook blij dat ze van deze mensen af waren. Hoe het in Willemsoord verder verloopt weten we inmiddels wel een beetje.