Post van Weldadigheid

Bent u één van die miljoen Nederlanders die een voorouder heeft in de Koloniën van Weldadigheid? Veel nazaten gaan op zoek naar het lief en leed van hun voorouders. Helpt u mee die gegevens vindbaar te maken?

Stand van zaken

  • 135.321 scans
  • 481 deelnemers

  • 57.429
    • 57.6% Onbruikbaar
    • 42.4% Dubbel ingevoerd
    • 42.4% Gecontroleerd
    Dubbel ingevoerd 100%
  • 57.429
    • 57.6% Onbruikbaar
    • 42.4% Dubbel ingevoerd
    • 42.4% Gecontroleerd
    Gecontroleerd 99.9%
Meedoen aan dit project
Wil Schackmann

Wil Schackmann

Post varia-3

Afscheid

Heel jammer dat Pim het project moet verlaten. Ik kan jullie wel verklappen dat het hem hartzeer doet. Heel veel dank voor alle werkzaamheid en inzet, Pim! En welkom Ferry.

Duur levensonderhoud

In veel brieven uit de jaren 1845-1847 wordt geklaagd over de duurte van levensmiddelen. Er is op een gegeven moment zelfs sprake van een verdubbeling van de prijzen en het wordt voor de directie erg moeilijk om ondanks allerhande versoberingen van de maaltijden alle kolonisten te voeden.

Ter informatie: de achterliggende oorzaak is de aardappelziekte. Die duikt in 1845 voor het eerst op en zal in de daaropvolgende vijf jaar slechts langzaam verdwijnen. Het gevolg is niet alleen dat de prijs van aardappels stijgt, maar ook de prijzen van alles wat als vervangend voedsel kan dienen. Tot overmaat van ramp wordt een jaar later ook nog eens de rogge aangetast door 'de roest'. Voor de koloniën betekent het ook een extra toestroom van bedelaars, omdat heel veel mensen het met die hoge voedselprijzen in de gewone maatschappij niet meer redden. In 1846 worden 2700 bedelaars opgenomen, duizend meer dan het jaar ervoor.

Overigens komen we er nog gezegend af in vergelijking tot de rest van Europa. In Frankrijk sterven naar schatting 10.000 mensen de hongerdood, in zowel Pruisen als België 40 à 50.000 en in Ierland draagt het handelen van de Engelse landeigenaren ertoe bij dat de bevolking tijdens de 'potato famine', de aardappelhongersnood, wordt gedecimeerd, meer dan een miljoen Ieren verliest het leven.

Beleefd

Beleefdheid is een groot goed in de negentiende eeuw, dat heb je al door na een paar brieven. Onder notabelen vliegen de UwelEdele, UwelEdelGestrenge, UwelEdelGeborene je om de oren. Zelfs in brieven van een wanhopige leverancier over een al jarenlang onbetaalde rekening. Het moet natuurlijk helemaal als je je vanuit een lagere stand tot een notabel wendt. Weet ook kolonistenzoon Johannes Geitenbeek die wil trouwen met kolonistendochter Hiske Atsma en dan graag een hoeve in de vrije koloniën zou betrekken en die eindigt met:

'Weshalve ik ondergetekende met de meeste eerbied onderdaniglijk keer tot U Hoog Edele ootmoedig verzoekend dat het U Hoog Edele Goedgunstig moge behage om aan bove Gemelde mijn Eerbidig verzoek een favorabel besluit zal mooge Erlangen /  T Welk Doende / Uw Hoog Edele Hunne / Onderdanig Gehoorzame / DWilge Dienaar'.

Het helpt niet, de subcommissie die zijn vader geplaatst heeft, heeft geen vrije hoeves over. Johannes en Hitske moeten vertrekken.

Het zedebederf der vrouwen

Uit een verslag van pastoor Schaepman in 1845: 'In het algemeen is de zedelijkheid bij de mannen beter dan bij de vrouwen. Bij de laatsten is weinig, om niet te zeggen niets goeds uit te werken. Zeer groot is het zedebederf der vrouwen.

Bij de mannen werkt men met meer vrucht zoodat men somwijlen, vooral bij meer bejaarde mannen, voldoening van zijnen arbeid mag smaken. De kinderen zijn ongelukkig reeds vroegtijdig bedorven. (...) Onder de ondeugden is de ontucht wel het meest algemeen hier heerschend en het diepst ingeworteld. De onkuische gesprekken, welke bijna onophoudelijk onder de kolonisten worden gevoerd en de gelegenheid tot kennismaking en verkering tussen mannen en vrouwen geven aan deze ondeugd dagelijks nieuw voedsel. (…)

Hoogst wenschelijk acht ik het , dat ten opzichte van de opvoeding der kinderen andere maatregelen worden genomen, doch vooral dat strengere en meer afdoende middelen worden in het werk gesteld om het verkeer tusschen mannen en vrouwen hoe langer hoe meer te verhinderen. Ik ben in geweten overtuigd, dat daarvan aan de zedelijkheid een groote dienst zoude worden bewezen.'

Acht dagen provoost

Grapjes moet je niet maken, daar kunnen ze niet tegen. Als de bedelaarskolonist Fredericus Godefridus Groos wordt veroordeeld tot acht dagen provoost, spot hij 'dat is weinig genoeg, dat mogt wel wat meer wezen'. Waarop de adjunctdirecteur van het tweede gesticht Jan Frederik Krieger meldt dat hij 'hem met alle mogelijke bedaardheid heb geantwoord: nu Groos, dan zult gij zoo lang mogen blijven zitten, als gij zelf denkt voor die overtreding genoeg te zijn'.

Het komt allemaal later naar buiten als Fredericus Godefridus een protestbrief schrijft omdat hij 14 dagen heeft gezeten terwijl er maar 8 dagen waren opgelegd.

 

Met dank aan Theo Zelders,

Wil Schackmann