Post van Weldadigheid

Bent u één van die miljoen Nederlanders die een voorouder heeft in de Koloniën van Weldadigheid? Veel nazaten gaan op zoek naar het lief en leed van hun voorouders. Helpt u mee die gegevens vindbaar te maken?

Stand van zaken

  • 135.321 scans
  • 481 deelnemers

  • 57.429
    • 57.6% Onbruikbaar
    • 42.4% Dubbel ingevoerd
    • 42.4% Gecontroleerd
    Dubbel ingevoerd 100%
  • 57.429
    • 57.6% Onbruikbaar
    • 42.4% Dubbel ingevoerd
    • 42.4% Gecontroleerd
    Gecontroleerd 99.9%
Meedoen aan dit project
Wil Schackmann

Wil Schackmann

Ik kan zonder haar niet leven

Even een oud verhaaltje, uit de begintijd van de kolonie Willemsoord. Er is daar de laatste jaren een soort van revival van het koloniale verleden gaande. Zie ook het eerdere stukje over de motorclub. Het gaat onder de vlag van de Stichting Weldadig Oord, met als een van de drijvende krachten Arjan Stroeve van eetcafé De Steen. Een van de activiteiten van genoemde stichting is het maken van een boekje over Willemsoord en de andere koloniën, dat ergens april/mei aanstaande uit zal komen. Daar werk ik aan mee en toen ik daar mee bezig was, kwam ik dit verhaaltje weer eens tegen en dat is toch wel weer symptomatisch voor de manier waarop de hogere standen zich met a-l-l-e facetten van het leven van de lagere standen bemoeien..

Het schoolgebouw in Willemsoord is een geschenk van de naamgever van de kolonie, kroonprins Willem, de latere koning Willem II, en het is kort na de start van de kolonie, ergens juli/augustus 1820, voltooid. Johannes van den Bosch speurt in de omgeving naar een geschikte onderwijzer en vindt in het plaatsje Kallenkote, bij Steenwijk, de 21-jarige Jacob Remmelts Booij. Hij wordt de eerste schoolmeester van Willemsoord en heeft al spoedig zo'n 550 kinderen onder zich. Dat kan hij natuurlijk niet alleen af, daarvoor heeft hij 'ondermeesters' nodig.

De eerste ondermeester heet Christiaan Johannes Auberlé. Hij is ongeveer zeventien jaar als de 'Hoofdcommissie van de armeninrigting te 's Gravenhage' met hem op de proppen komt. Ze noemen hem een 'jongeling van een allerbraafst gedrag, doch door ligchaamsgebrek tot werken ongeschikt'. Hij is 'onder de kweekelingen op de school tot Nut van 't Algemeen tot onderwijzer opgeleid' en de armeninrichting beveelt hem aan  'om bij voorkomende gelegenheid als ondermeester te worden geplaatst'.

Vanuit het dan nog in opgerichting verkerende Willemsoord laat Johannes van den Bosch weten er positief tegenover te staan: 'Een geschikt onder meester zullen wij zeker van noden zijn.' Maar het moet niet te snel: 'Dan hij dient niet te komen voor het school gereed is.' Maar zodra het schoolgebouw er is komt Christiaan over uit Den Haag en assisteert hij de hoofdmeester. Blijkbaar functioneert hij als ondermeester naar behoren, want er worden geen klachten gehoord. Tot... hij na anderhalf jaar de dochter van kolonist Taatgen ontmoet.

Hendrik Jans Taatgen is 47 jaar als hij op 29 juli 1820 met zijn echtgenote in Willemsoord arriveert. Ze komen uit het plaatsje Farnsum bij Delfzijl en zijn hiernaartoe gezonden door de subcommissie van weldadigheid Appingedam. Ze zijn in gezelschap van een negen jaar oude zoon en dochters van zes jaar, drie jaar en drie maanden. Maar vermoedelijk is dit niet het eerste huwelijk van Taatgen, want na anderhalf jaar op de kolonie krijgen ze bezoek van een oudere dochter. Haar leeftijd en haar naam zijn onbekend, het enige dat we weten is dat ze het pad kruist van de ondermeester van Willemsoord en dat die jonge onderwijzer het zwaar van haar te pakken krijgt.

De leiding van de kolonie vindt het geen geslaagde liaison. De kolonie-directeur geeft de jongeman een 'regtmatige berisping en vaderlijke teregtwijzing' en praat op Christiaan in om 'zijne verkeerde conversatie met zeker vrouwenmensch' een halt toe te roepen. En vrijdag 15 en zaterdag 16 februari 1822 stelt Jan Hessels van Wolda 'alle pogingen in het werk om den gebrekkigen Auberlé van zijne verkeerde minnerij af te brengen'. Vruchteloos, want de jonge schoolmeester staat pal. 'Hij zeide maar ronduit: "Ik zal deze verkeering nooit nalaten, al wordt het mij nog zoo veel verboden. In dezen zoekt men de loop der natuur zelve te stremmen."

Het is niet de bedoeling dat kolonisten zomaar familieleden in huis nemen. Bovendien maakt de dochter van Taatgen blijkbaar een ongunstige indruk, want haar verklaring dat zij 'de weduwe van een zeekapitein' is, wordt openlijk in twijfel getrokken. En als de directeur er niet in slaagt om Christiaan 'al het verkeerde van zijne denk- en handelswijs onder het oog te brengen', verbiedt hij de jonge vrouw 'de inwoning in de kolonie na 2 of 3 weken'.

Deels om de jonge ondermeester tegen zichzelf in bescherming te nemen, omdat men vreest dat 'de jongeling zich nog ongelukkiger maken zal', deels omwille van de kwaliteit van het onderwijs: 'Daar Auberlé bij deze weduwe (zoo als hij zegt dat zij is) veel tijd doorbrengt, en zijne kennis in het praktisch onderwijs niet zocht te vermeerderen, ontwaart UwEdGestr. dat der koloniale jeugd van Willemsoord, die gedeeltelijk aan hem wordt toevertrouwd, hierdoor geen voordeel wordt aangebragt, maar dat dezelve, indien dit niet verholpen kan worden, daarbij schade lijdt.'

Christiaan Johannes is in alle staten over het aanstaande vertrek van zijn geliefde: 'Dit kan ik niet uitstaan; ik kan zonder haar niet leven'. Hij wil naar Den Haag om bij het landelijke hoofdbestuur van de Maatschappij van Weldadigheid 'toestemming tot ons huwelijk te vragen'.

Maar dat wordt niet toegestaan en blijkbaar volgt hij dan de eerder door hem genoemde ‘loop der natuur’. Een paar dagen later meldt de directeur dat 'de ondermeester Auberlée, aan den onder Direkteur voor zijne post heeft bedankt'. Hij heeft dan al de kolonie verlaten 'en dat wel om reden hij zonder de dogter van den kolonist Taatge (...), in de kolonie niet kan leven, volgens zijn gezegde.'

Volgens de huwelijksakten op de site wiewaswie.nl houdt de liefde geen stand. Als Christiaan Johannes vier jaar later in zijn geboorteplaats Den Haag in het huwelijk treedt, is dat met een geboren Haagse die Maria Johanna Faaber heet. Waar die mysterieuze dochter van Taatgen gebleven is, kon ik niet achterhalen.

Wil Schackmann