Post van Weldadigheid

Bent u één van die miljoen Nederlanders die een voorouder heeft in de Koloniën van Weldadigheid? Veel nazaten gaan op zoek naar het lief en leed van hun voorouders. Helpt u mee die gegevens vindbaar te maken?

Stand van zaken

  • 135.321 scans
  • 481 deelnemers

  • 57.429
    • 57.6% Onbruikbaar
    • 42.4% Dubbel ingevoerd
    • 42.4% Gecontroleerd
    Dubbel ingevoerd 100%
  • 57.429
    • 57.6% Onbruikbaar
    • 42.4% Dubbel ingevoerd
    • 42.4% Gecontroleerd
    Gecontroleerd 99.9%
Meedoen aan dit project
Wil Schackmann

Wil Schackmann

Het Paasoproerfeuilleton, afl 3

Inderdaad weigert de volgende ochtend ‘de geheele mannelijke bevolking aan den arbeid te gaan, zonder opnieuw een half Nederlands pond brood te hebben ontvangen’. Onderling schijnen zij te hebben afgesproken ‘dat de eerste hunner welke naar het werk ging, zoude worden doodgeslagen’.

Even terzijde: ik schrijf hierboven wel ‘Nederlandse pond’, maar in werkelijkheid staat daar een ‘N’ gevolgd door het pondtekentje, dat mensen wellicht in een tekst wel eens zijn tegengekomen. Bij Visser ziet dat er zo uit:

En dat betekent dus pond. Terug naar de dreigende meute die zich op het binnenplein van het tweede gesticht heeft verzameld en de confrontatie aangaat met adjunctdirecteur Kluvers en de onderdirecteur-binnen. Die laatste heet Abraham Bernhard Ente, 37 jaar, sinds een jaar onderdirecteur, getrouwd met Maria Juliana Dens, vader van twee kinderen en er zullen er later nog vier volgen. Hij heeft ook een zus in huis, Catharina Ottolina Ente, die later de zaalopziener De Waal zal huwen (zie ook de vorige aflevering).

Sorry voor de uitweiding.

Adjunctdirecteur Kluvers en onderdirecteur Ente proberen tevergeefs de menigte tot bedaren te brengen, ze stellen dat de eisen ‘onbillijk’ zijn en ze maken duidelijk dat de directie niet de mogelijkheid heeft om meer te verstrekken dan in de reglementen is vastgelegd, maar ze ‘werden aanvankelijk mishandeld’.

Dan verschijnen ‘eenige gewapende veteranen op het plein’. Die waren opgetrommeld door de bevelhebber van de veteranen, kapitein Thonhäuser (die  ik later in het verhaal wel even in het zonnetje zal zetten). Dat lokt een reactie van de bedelaars uit. Men begint zich ‘van stokken, bijzonder van de latten van het hek dat men afbrak te voorzien’.

De sfeer is zo gespannen en er dreigt zo’n massale matpartij dat de directie snel toegeeft en aan het verlangen van de kolonisten voldoet door ze opnieuw brood te verstrekken. Dat houdt de boel rustig en als dat brood op is gaat iedereen aan het werk. Maar wel ‘met te kennen geving nogthans van den aanstaanden avond, en vervolgens altijd twee malen daags dezelfde hoeveelheid brood te zullen vorderen’.