Post van Weldadigheid

Bent u één van die miljoen Nederlanders die een voorouder heeft in de Koloniën van Weldadigheid? Veel nazaten gaan op zoek naar het lief en leed van hun voorouders. Helpt u mee die gegevens vindbaar te maken?

Stand van zaken

  • 135.321 scans
  • 467 deelnemers

  • 57.429
    • 57.6% Onbruikbaar
    • 42.4% Dubbel ingevoerd
    • 42.4% Gecontroleerd
    Dubbel ingevoerd 100%
  • 57.429
    • 57.6% Onbruikbaar
    • 42.4% Dubbel ingevoerd
    • 42.4% Gecontroleerd
    Gecontroleerd 99.9%
Wil Schackmann

Wil Schackmann

Het Paasoproerfeuilleton, afl 9

Visser meldt dat er ‘geene reden van klagten te dien aanzien bestonden’. De minimum-hoeveelheid die iedereen krijgt is genoeg ‘voor iemand die niet werken kan of wilde’ en degenen die wél werken hebben winkelkaartjes om ‘zich van meerder voedsel te voorzien’. Er valt niet achter te komen wat daar tegenin gebracht wordt, want er is alleen een verslag van het gesprek door Visser. Die meldt over zijn gesprekpartners slechts: ‘Zij wilden het tegendeel staande houden.’

Maar ‘na eenigen tijd hierover te hebben gesproken’ vindt Visser het welletjes. Hij verklaart dat ‘dit nu lang genoeg geduurd had’. Zij kunnen op niets meer rekenen dan in het reglement is vastgelegd, het enige is dat hij belooft hun klachten te zuLlen overbrengen aan de permanente commissie. Maar ook ‘hun misdadig gedrag van gisteren avond en dezen morgen’ zal hij bij die commissie melden. En nu beveelt hij hen ‘naar binnen te gaan en zich rustig te gedragen’.

En dan...

Dan zijn blijkbaar de negentiende eeuwse verhoudingen weer geheel hersteld. Met dit bevel, ‘waaraan onder het zeggen van Mijn Heer Uw Dienaar, slaapt wel! onmiddelijk werd voldaan’.

Ik snap het niet helemaal. Het rommelt overal tussen de standen, links en rechts zijn opstanden en broodoproeren, over een paar jaar verschijnt het Communistisch Manifest en breekt met de Februari-revolutie in Parijs een tijdperk van revoltes aan en hier zegt men ‘Mijn Heer Uw Dienaar, slaapt wel’???

En zo te lezen gedraagt meneer Visser zich toch ook irritant genoeg om even heel erg pissig te worden??

Anderzijds..., als ze doorzetten zoals een paar jaar later in 1843, dan wordt er door de veteranen met scherp geschoten en wordt bij de rechtbank de doodstraf tegen de aanstichters geëist.

Het wordt toch nog heel eventjes spannend, want ‘gedurende dit onderhoud stonden hunne lastgevers te zamen aan de opening of ingang van het hek te wachten, zeker verlangende den uitslag der zending te vernemen’. Als de drie afgezanten verslag hebben gedaan, is het eerst even stil, ‘doch spoedig ging een algemeene kreet, waarschijnlijk van afkeuring op’.

Daarna hoort Visser nog ‘afzonderlijke beledigende uitroepen die hoogst waarschijnlijk tegen mij gerigt waren’. Schelden doet geen pijn en hij doet alsof hij het niet gehoord heeft. Daarna gaat de meute langzaam uiteen en begeeft iedereen zich naar zijn hangmat. Visser gaat naar ‘den Adjt. Direct. die in zijne woning den afloop der zaak afwachtte’.

Volgens Visser is hiermee alles geregeld. ‘Dezen avond en volgenden morgen scheen de rust hersteld, en ik begaf mij tot voortzetting mijner Inspectie reize naar Wateren.’

Maar helemaal afgelopen is het niet, voor in ieder geval sommigen gaat de zaak zeker staartjes krijgen.