Post van Weldadigheid

Bent u één van die miljoen Nederlanders die een voorouder heeft in de Koloniën van Weldadigheid? Veel nazaten gaan op zoek naar het lief en leed van hun voorouders. Helpt u mee die gegevens vindbaar te maken?

Stand van zaken

  • 135.321 scans
  • 471 deelnemers

  • 57.429
    • 57.6% Onbruikbaar
    • 42.4% Dubbel ingevoerd
    • 42.4% Gecontroleerd
    Dubbel ingevoerd 100%
  • 57.429
    • 57.6% Onbruikbaar
    • 42.4% Dubbel ingevoerd
    • 42.4% Gecontroleerd
    Gecontroleerd 99.9%
Wil Schackmann

Wil Schackmann

Het Paasoproerfeuilleton, afl 11

Terwijl Wouter Visser en Coenraad Hulst zich naar het tweede gesticht haasten, staat ook de commandant van de veteranen Johannes Thonhäuser op scherp. Hij moet elke maand een verslag inleveren ‘nopens den staat der militaire huisgezinnen’ in de kolonie. Dat verslag stuurt hij naar de permanente commissie en die stuurt het door naar het ministerie van Oorlog, want daaronder vallen de veteranen. Waarom Thonhäuser het dan niet rechtstreeks naar dat ministerie stuurt is een van die negentiende eeuwse hiërarchie-complicaties die voor ons moeilijk te begrijpen zijn.

Het vervelende gevolg voor de onderzoeker is dat de meeste verslagen van Thonhäuser in het archief van de Maatschappij van Weldadigheid niet terug te vinden zijn. Af en toe zit er eentje tussen, die dan zal zijn gekopieerd en in kopievorm naar Oorlog zal zijn gestuurd, en die is dan bijzonder lezenswaardig. Elk ondeugendheidje van een veteraan of een van diens familieleden, hoe miniem ook, wordt door Thonhäuser nauwgezet geregistreerd en aan het ministerie gerapporteerd. Vermoedelijk bevinden de niet in Assen bewaard gebleven rapportages zich in het Nationaal Archief en als dat zo is, kan de hele geschiedenis van de militaire veteranen in de koloniën van dag tot dag uitgezocht en uitgeschreven worden.

In het archief van de Maatschappij van Weldadigheid zijn wel de meeste begeleidende brieven van Thonhäuser aanwezig. Zo ook zijn begin mei binnenkomende begeleidende schrijven bij het verslag over april. In dat verslag aan het ministerie heeft hij ‘niets aangehaald over de wanorde welke hier heeft plaats gehad en misschien nog smeulende is’. Hij betwijfelt namelijk of dat ‘de Permanente Commissie wel aangenaam zoude zijn’. Die laat immers liever niets naar buiten komen over ontevredenheid bij kolonisten.

Johannes Thonhäuser verzekert de Maatschappij dat hij ‘alle maatregelen voor de veiligheid’ heeft genomen die hij kan bedenken. Althans, voor zover het tot de mogelijkheden behoort, want hij wordt beperkt ‘doordien er weinig patronen aanwezig zijn’. Hij heeft daarover al aan Wouter Visser geschreven. Aan hem heeft hij gevraagd om ‘2000 patronen en 2 à 300 steenen’. Die laatsten zullen vuurstenen zijn. Kortom, als het nodig is zijn de veteranen bereid er op los te knallen.

Wouter Visser is nauwelijks terug in Veenhuizen of hij moet weer optreden. Opnieuw speelt het bij zaalopziener De Waal en opnieuw laat de plaatselijke directie het afweten. De 19-jarige bedelaars kolonist Dirk Volmers begint ‘met het eten te werpen, en hetzelve voor zwijnen-eten uit te schelden’. Gijsbertus de Waal vermaant hem ‘niet met zijn voedsel te spotten’, maar de jongeman laat zich niet bijsturen en De Waal neemt hem mee naar de onderdirecteur-binnen. Die doet de jongen ‘scherpe verwijtingen over zijn gedragingen’, maar Dirk Volmers gedraagt zich ‘hardnekkig’ en De Waal krijgt opdracht hem op te sluiten.

Daar is Volmers het niet mee eens: ‘Onder het in arrest brengen liep hij van de zaalopziener weg naar de zaal.’ De Waal gaat eerst weer aan de onderdirecteur vragen wat hij moet doen. Oppakken en opsluiten! De Waal neemt een veldwachter mee, maar als ze bij de zaal komen, ‘stelde zich den kolonist Hermanus van Duin aan het hoofd van eenige medekolonisten, zeggende: dat zij D Volmers niet in arrest lieten nemen’. NB: Hermanus van Duin kan volgens zijn inschrijving ook Hendrikus heten.

Daarna begint iedereen wat besluiteloos te drentelen. De Waal stuurt de veldwachter naar de onderdirecteur, die zegt het tegen de adjunctdirecteur en er wordt een briefje geschreven naar directeur Jan van Konijnenberg in Frederiksoord met een verslag. De veldwachter ‘verhaalde het gebeurde aan den opziener der gebouwen, welke dit aan anderen wederom verhaalde’. En er gebeurt verder niks.

Tot het ‘ter ooren kwam van den Inspecteur der Kolonien’. Wouter Visser begeeft ‘zich onverwijld naar de zaal, haalde genoemde D Volmers uit dezelve’ en sluit hem op. Zo doe je dat.

Een dag later komt het voor de ‘Raad van Politie en Tucht voor Bedelaars Kolonisten’. De eerste zitting van de raad die niet wordt voorgezeten door Jacob Kluvers, maar door Coenraad Hulst met achter zijn naam ‘Adjunct directeur a.i.’, ad interim.

Dirk Volmers komt er genadig van af met drie dagen opsluiting omdat men de indruk heeft dat hij ‘deswegens berouw gevoelde’. Hermanus of Hendrikus van Duin echter, die tijdens de ondervraging ‘met onbeschaamdheid zijn misdrijf bekende’ wordt strenger aangepakt en veroordeeld tot ‘14 dagen provoost arrest in boeyen voorafgegaan met 20 rietslagen’. Daarna wordt het weer rustig.