Post van Weldadigheid

Bent u één van die miljoen Nederlanders die een voorouder heeft in de Koloniën van Weldadigheid? Veel nazaten gaan op zoek naar het lief en leed van hun voorouders. Helpt u mee die gegevens vindbaar te maken?

Stand van zaken

  • 135.321 scans
  • 481 deelnemers

  • 57.429
    • 57.6% Onbruikbaar
    • 42.4% Dubbel ingevoerd
    • 42.4% Gecontroleerd
    Dubbel ingevoerd 100%
  • 57.429
    • 57.6% Onbruikbaar
    • 42.4% Dubbel ingevoerd
    • 42.4% Gecontroleerd
    Gecontroleerd 99.9%
Meedoen aan dit project
Wil Schackmann

Wil Schackmann

Het Paasoproerfeuilleton, afl 12

Wat een beetje door alles heenspeelt is dat al enkele tijd terug besloten is de zaalopziener Schaghen in het tweede etablissement te ontslaan. Naar de preciese reden heb ik niet gezocht, maar we weten al dat Anthony Bernardus Schaghen een schuinmarcheerder is, zie in dit stukje. Er was op een gegeven moment ook iets - heb ik nu niet nagezocht – met diefstal door Schagen van kolonisten, maar wat het ook zij: hij ligt eruit.

Zijn echtgenote schrijft deze dagen als ‘een bedrukte vrouw wiens boesem overstolpt is met droefhijd’. Ze smeekt, mede namens haar ‘tiental kinderen’ om hun ‘gewisse ondergang’ te voorkomen.Ze schetst de armoede en het gebrek waaraan zij zullen zijn overgeleverd, alleen al de reis met het grote gezin en al hun goederen stelt hen voor kosten die ze niet kunnen opbrengen.

Zulke wanhopige brieven zijn tamelijk standaard, meestal als een staflid ontslagen wordt volgen er dergelijke smeekbrieven. Niet onterecht, werkloosheidsuitkeringen bestaan nog niet, het komt regelmatig voor dat een ontslagen employé aan de andere kant van de scheidslijn terechtkomt en tot de rangen der bedelaars afdaalt.

Maar interessant is dat een van de leden van de permanente commissie de envelop van die brief heeft gebruikt om alle geplande maatregelen met betrekking tot het tweede etablissement op een rijtje te zetten. Het is niet allemaal te lezen, maar achter de naam van Kluvers staat ‘ontslaan’, hetzelfde (zie onder) achter de naam van Schagen en ook wel duidelijk is wat ze bedoelen als ze achter de naam van Visser zetten ‘pluimpje’.

Wat ze van plan zijn met onderdirecteur Ente en zaalopziener De Waal kan ik echt niet lezen. Daar mogen jullie me bij helpen:

 

En dan hebben ze dankzij de informatie vanuit het gesticht van Wouter Visser en Coenraad Hulst vijf kolonisten geïdentificeerd als de aanstokers van het broodoproer. Die worden overgeplaatst naar de Ommerschans en krijgen daar twee weken cachotstraf voorafgegaan door rietjesslagen.

De brieven die directeur Jan van Konijnenburg deze periode stuurt, wekken de indruk dat hij de hele toestand nogal opgeklopt vindt. Het is 8 mei als hij schrijft dat Coenraad Hulst eigenlijk snel weer terug moet naar Huize Welgelegen ‘zoo uit hoofde der tegenwoordige ziekelijke gesteldheid zijner vrouw, als omdat hij in zijne eigene betrekking, mede bezwaarlijk lang kan worden gemist’.

En hij wil een eind aan de ‘onbestemdheid van den persoon van Kluvers’. Moet die eruit of moet die er niet uit? Mocht de permanente commissie Kluvers op zijn post laten, en Van Konijnenburg voegt daar nadrukkelijk aan toe ‘waarvoor nog al veel te zeggen zoude zijn en waarop ik voor mij, geen bepaalde bedenkingen zoude te maken hebben’, dan zou de onderdirecteur Ente beter vervangen kunnen worden. Van Konijnenberg vindt Abraham Bernhard Ente ‘een zacht man, van te weinig veerkracht en voorkomen, voor het onmiddellijk opzigt over de huishouding van een bedelaars-gesticht’. Er kan beter een onderdirecteur komen die al eerder ervaring heeft opgedaan met het temmen van bedelaars en dan denkt hij aan Cornelis Wilhelmus Rensing.

Niet dat Ente wat Van Konijnenberg betreft helemaal weg moet. Er is bij het tweede gesticht geen boekhouder en Ente zou ‘in afwachting van een ander emplooi, met behoud van tractement, als boekhouder kunnen blijven en het salaris van onderscheidene schrijvers en andere kleinere emploijés kunnen besparen’. Mocht de permanente commissie er wel toe besluiten Kluvers te ontslaan, dan zou Van Konijnenberg hem graag zien als onderdirecteur bij een van de wezenetablissementen, ‘als hoedanig hij steeds zeer voldaan heeft’.

De permanente commissie gaat maar tot op zekere hoogte met de directeur mee. Inderdaad wordt Ente gedegradeerd tot boekhouder van het tweede gesticht met behoud van het loon van een onderdirecteur (500 gulden per jaar), terwijl tegelijk Cornelis Wilhelmus Rensing wordt overgeplaatst en de functie van onderdirecteur bij het tweede gesticht gaat vervullen. Blijkbaar vindt men het geen bezwaar om twee onderdirecteurssalarissen te betalen.

Maar ten aanzien van Jacob Kluvers gaat men niet met de directeur mee. Hij moet verwijnen. Bij de aantekeningen die mevrouw Kloosterhuis eind vorige eeuw gemaakt heeft, staat een citaat over de relletjes waarvan ik de oorsprong niet weet maar dat authentiek genoeg klinkt om echt uit het archief te komen: ‘De heer Kluvers bezat niet de vastheid en de veerkracht benodigd in dergelijke omstandigheden.’ Per 31 mei dient de voormalige kruidenier de kolonie verlaten te hebben. Over zijn verdere omstandigheden is niets bekend, maar Jacob Kluvers zal al vier jaar later te Groningen overlijden.

De nieuwe adjunctdirecteur wordt van buiten aangetrokken. Jan Hendrik Engelbrecht of Engelbregt staat bij zijn aantreden kort voor zijn dertigste verjaardag en is – uiteraard bijna – militair. Dat is toch de achtergrond die je volgens de Maatschappij moet hebben om met een bedelaarsgesticht om te gaan.

 

Hebben we alleen nog de vraag hoe de Maatschappij van Weldadigheid naar de buitenwereld toe om gaat met dit oproer. Dat komt morgen in het slot van dit feuilleton.