Post van Weldadigheid

Bent u één van die miljoen Nederlanders die een voorouder heeft in de Koloniën van Weldadigheid? Veel nazaten gaan op zoek naar het lief en leed van hun voorouders. Helpt u mee die gegevens vindbaar te maken?

Stand van zaken

  • 135.321 scans
  • 473 deelnemers

  • 57.429
    • 57.6% Onbruikbaar
    • 42.4% Dubbel ingevoerd
    • 42.4% Gecontroleerd
    Dubbel ingevoerd 100%
  • 57.429
    • 57.6% Onbruikbaar
    • 42.4% Dubbel ingevoerd
    • 42.4% Gecontroleerd
    Gecontroleerd 99.9%
Wil Schackmann

Wil Schackmann

Medische kwesties, vervolg

Een 'zeer belangrijk ongeluk' bij de 'rogmolen' in januari 1842 dus. Eerst maar even die molen waar dokter Schünlau het over heeft. Je kunt geen onderwerp bedenken of er staat op internet een database van. Dus ook van molens. Via deze link kun je de exacte lokatie van de Veenhuizense molen vinden. Vlakbij brouwerij Maallust dus en dan snappen we meteen waar deze brouwerij - prima bier - haar naam aan te danken heeft.

Verder geeft de molenpagina vooral informatie over de molen die er in 1860 is gebouwd, nadat de vorige houten molen door een storm was verwoest. Op de site wordt verondersteld dat die oude molen ergens rond 1850 is gebouwd, maar dat moet zijn 1828/1829. Eerder is er al sprake van. Al in 1825 schrijft de toenmalig directeur Wouter Visser dat 'mijn bedunkens een kooren molen te Veenhuizen van groot belang is, zoo om de kosten van malen van het graan, als ter voorkoming der ongelegenheid die bestaat in hetzelve te Assen of Smilde aan de molen te brengen en van daar weder af te halen'. Dan komt het er nog niet van, maar op 9 april 1829 schrijft diezelfde Wouter Visser in een verslag over Veenhuizen: 'De koornmolen is thans ook in zooverre afgewerkt, dat men een begin heeft kunnen maken daarop te malen, waarvan wij reeds dadelijk het gemak en de voordeelen hebben ondervonden.'

Later functioneert het ding niet naar behoren. Begin februari 1833 heeft Jan van Konijnenburg, die Wouer Visser als directeur is opgevolgd, het over 'het gebrekkig beheer van den korenmolen'. Meer informatie over dat gebrekkige beheer heb ik nog niet kunnen vinden, maar het houdt wel op, want later diezelfde maand wordt als molenbaas aangesteld Willem Hofste, en daarna wordt er niet meer geklaagd. De nieuwe molenaar is 46 jaar en komt op het moment van aanstelling uit Smilde, maar het merendeel van zijn kinderen is geboren in Leek, dus daar zal hij eerst gewoond hebben. Zijn salaris is f 5,20 per week en vrij wonen, wat dezelfde beloning is als een zaalopziener ontvangt.

Het ongeluk overkwam 'een der zoonen van den molenaar oud 18 jaren'. Dokter Schünlau noemt nooit namen in zijn verslagen, dus dat wordt even zoeken en dan vind ik dat het niet de oudste zoon Webbe is, die later het beheer van de molen zal overnemen, maar de eennaoudste zoon Hendrik. Die was er vóór het ongeluk al niet best aan toe volgens de arts. Hendrik heeft 'aan beide de armen de gewrichten van de elleboog verstijfd, zoo dat hij, met de linkerhand alleen, de spijzen ternaauwernood aan de mond konde brengen'.

Ondanks die handicap werkt hij in de molen en hij wilde 'bij windstilte den molen aan de loop helpen brengen en duuwde daartoe binnen den molen aan het kroonrad'. Maar op dat moment steekt de wind op en Hendrik kan niet snel genoeg wegkomen en dat rad ging over de linkervoorarm, 'verbrijzelde de kleine ellepijp en maakte op de handpalmzijde en rugzijde aanmerkelijke gekneusde wonden, waardoor men de stukken van het verbrijzelde been konde voelen'.

Dokter Schünlau heeft eerst gekeken of het zich vamzelf herstelt, 'wijl de natuur ook soms in deze gecompliceerde gevallen nog wonderen kan doen', maar toen hij vandaag het verband vernieuwde, bleek de arm 'tot aan het ellebooggewricht met stinkende etter gevuld'. Volgens de arts is nu alle hoop op behoud van de arm vervlogen en is hij verplicht 'zoo morgen of overmorgen door de aangewende middelen geen verbetering intreed dan den arm woensdag boven den elleboog aftezetten'.

Tot zover het verslag en daarom zat ik vorige week de boel een beetje te rekken omdat ik eerst wilde opzoeken hoe dit afliep. Dat viel niet mee, want ik weet niet of jullie het gemerkt hebben maar vanaf ongeveer 1840 ligt de post veel minder op chronologische volgorde. Brieven liggen dan blijkbaar op de volgorde waarin ze door de permanente commissie behandeld worden en niet op datum dat ze geschreven zijn.

Ik heb mij dus het schompus gezocht naar het verslag over februari. En toen ik het eindelijk vond, bleek ik dat verslag al te kennen. Het gaat over vier ongelukken binnen één week van weeskinderen in de stoomfabriek. Heel erg allemaal, maar voor een andere keer. Echter in het hele verslag GEEN WOORD over de voorgenomen amputatie! Dokter Schunlau heeft het er gewoon niet over.

Is die arm er nu af of is die er niet af?? Ik wil het gewoon weten. Maar de kans dat ik er ooit achter kom is nihil. Het enige dat ik dan wel heb is hoe het verder ging met Hendrik. Hij zal vijftien jaar later, in 1857, te Veenhuizen overlijden, op 33-jarige leeftijd, met als uitgeoefend beroep 'brievenbesteller'. Dat werk kun je volgens mij ook met één arm wel doen.

Soms is archiefonderzoek wat frustrerend. Aan de andere kant, toen ik een keer met een nazaat in het archief bezig was en helemaal niets kon vinden, werd die ander daar wel een beetje blij van omdat hij dus constateerde dat hij niet de enige is die dat soms overkomt. Dus misschien heb ik jullie wel een beetje blij gemaakt nu.

 

 

 

  • willem h

    willem h

    Gedeelde smart is halve smart, maar half blij word ik er niet van.