Post van Weldadigheid

Bent u één van die miljoen Nederlanders die een voorouder heeft in de Koloniën van Weldadigheid? Veel nazaten gaan op zoek naar het lief en leed van hun voorouders. Helpt u mee die gegevens vindbaar te maken?

Stand van zaken

  • 135.321 scans
  • 459 deelnemers

  • 57.429
    • 57.6% Onbruikbaar
    • 42.4% Dubbel ingevoerd
    • 42.4% Gecontroleerd
    Dubbel ingevoerd 100%
  • 57.429
    • 57.6% Onbruikbaar
    • 42.4% Dubbel ingevoerd
    • 42.4% Gecontroleerd
    Gecontroleerd 99.9%
 
Wil Schackmann

Wil Schackmann

Liefde in het bedelaarsgesticht, deel 4b: het spreken op de vingers

Directeur Jan van Konijnenburg komt toch één keer per maand in Veenhuizen, dus dan kan hij halverwege januari 1835 meteen in gesprek met bedelaarskolonist nummer 2038 - zie eerdere stukje. Dat valt niet mee. Van Konijnenburg meldt dat N.N. ‘een weinig schrijven kan, doch te min, om zich, over de onderhavige zaak, voldoende te doen verstaan’.
Maar er is hoop, want ‘meer ervaren is hij in het spreken op de vingers’. Dat duidt er overigens op dat N.N. op het Guyot-instituut gezeten heeft. Met die vingers en met gebaren kan hij zich volledig duidelijk maken bij ‘zijne medgezellen in de klompenmakerij’. Gelukkig voor Van Konijnenburg is er een andere kolonist bij ‘die de vingerspraak voldoende verstaat’ en via hem komt hij dingen van N.N. te weten.
Hij kan rapporteren dat ‘zijn verlangen wel is, om te worden ontslagen en om met de ontslagen kolonist M. H. Nederhoud een huwelijk aan te gaan’. Zelf heeft de directeur daar twijfels bij: ‘althans met haar te leven; want of hij wel een duidelijk denkbeeld heeft van het huwelijk, daaraan meen ik te moeten twijfelen.’
Er blijkt contact te zijn met de al ontslagen Maria Hendrika Nederhoed, want N.N. kan melden dat zij ‘zich te Roon, bij eenen bakker ophield’, en dat stemt overeen met wat Van Konijnenburg weet. Of ze met Roon bedoelen Rhoon weet ik niet. Als toekomstperspectief ziet N.N. ‘dat hij, des zomers, in den turf wilde gaan werken en des winters klompenmaken zou en zoodoende in hun beider onderhoud zou trachten te voorzien’.
De directeur heeft daarbij dezelfde twijfels als het ministerie. Bijvoorbeeld ‘of de ambtenaar van de Burgerlijken stand vrijheid hebben zou, dat huwelijk te sluiten, zonder meerdere of volkomener overtuiging, van het juiste begrip van het huwelijk van die doofstommen’.
Maar aan de andere kant...: N.N. is ‘gewis méér dan 23 jaren oud’, hij is gezond en sterk en ook nog eens vlijtig en inmiddels redelijk geschoold in het klompenmaken, dus er is eigenlijk geen ontkomen aan om hem binnenkort op te nemen in de jaarlijkse ontslagvoordracht. En dan moet het, aldus de directeur, maar overgelaten worden aan N.N. en aan Maria Hendrika Nederhoed, ‘welke hij zekerlijk spoedig zal gaan opzoeken’, of ze zich ergens bij de burgelijken stand aanmelden en dan moet maar afgewacht worden of die ambtenaar zich bevoegd voelt het huwelijk te voltrekken.
Hèhè, denk ik dan. Eindelijk wordt eens iets aan de mensen zelf overgelaten. Op 28 maart 1835 wordt N.N. ontslagen.
En... nee! Het spijt mij vreselijk jullie te moeten teleurstellen. Er is niets zo erg als lezers een domper te bezorgen. Maar het is niet anders.
Het wordt hem blijkbaar niet tussen Maria Hendrika Nederhoed en N.N. Na negentien maanden keert N.N. terug in het bedelaarsgesticht. Er is dan op de een of andere manier een naam bekend, hij blijkt te heten Johannes Ham. Hij is nu binnengebracht door Leiden en volgens deze inschrijving is hij een paar jaartjes jonger dan ze eerst dachten. Daarna wordt het het min of meer bekende verhaal, hij wordt vrijgelaten, keert na een paar jaar terug, wordt vrijgelaten, enzovoort. Zijn laatste ontslag is in 1854, als hij dus rond de veertig jaar oud zal zijn. Maria Hendrika Nederhoed kom ik bij wiewaswie tegen als ze in 1844 in haar geboorteplaats Winschoten trouwt met een ook daarvandaan komende arbeider.
Het spijt me heel erg. Ik had het graag mooier voor jullie gemaakt.

P.s.: Jullie gaan wel hard, hé! Ik had beloofd bij 90 procent weer een feuilleton te doen, maar dat materiaal heb ik nog niet rond en Ferry is op vakantie en die weet hoe een mailing werkt. Nou, we zullen ons best doen.