Post van Weldadigheid

Bent u één van die miljoen Nederlanders die een voorouder heeft in de Koloniën van Weldadigheid? Veel nazaten gaan op zoek naar het lief en leed van hun voorouders. Helpt u mee die gegevens vindbaar te maken?

Stand van zaken

  • 135.321 scans
  • 481 deelnemers

  • 57.429
    • 57.6% Onbruikbaar
    • 42.4% Dubbel ingevoerd
    • 42.4% Gecontroleerd
    Dubbel ingevoerd 100%
  • 57.429
    • 57.6% Onbruikbaar
    • 42.4% Dubbel ingevoerd
    • 42.4% Gecontroleerd
    Gecontroleerd 99.9%
Meedoen aan dit project
Wil Schackmann

Wil Schackmann

Het godsdienststrijdfeuilleton, aflevering 2: Getrouw aan de belofte jegens zijne onvergetelijke moeder

Na het uiten van die wens krijgt Jan Kiesling eerst te maken met dominee Van Rinteln, die eventjes in dit stukje genoemd wordt en die zeer prominent in beeld is bij de orgel-kwestie. Die is er best wel happig op, maar Kornelis van Rinteln overlijdt op 10 oktober 1844. Wat we al een beetje zagen aankomen gezien de vermelding van zijn zwakke gezondheid in 1840 in dit stukje.
Jan Kiesling komt dan terecht bij dominee Jansen. Dat is zo'n naam die ik NIET ga uitchecken op www.alledrenten.nl, want dan ben ik over een week nog bezig. We zullen het dus moeten doen met summiere informatie, maar we mogen er gerust van uitgaan dat ook hij behept is met bekeringsdrift. Want dat zijn ze allemaal.
Ter illustratie daarvan pak ik even dominee Campagne van de Ommerschans er bij, die het presteert om het overgrote merendeel van 'het gewoon jaarlijksch verslag der staat van godsdienst en zedelijkheid in de kolonie Ommerschans' over 1842, te besteden aan door hem bewerkstelligde bekeringen. Na korte opmerkingen over het bezoek aan en het enthousiasme voor de openbare godsdienst oefeningen, de ietwat teleurstellende opbrengst van de collectes en de grote belangstelling voor de catechisatie, meldt hij dat van de 47 mensen die dit jaar tot lidmaat werden aangenomen, er drie voorheen als katholiek te boek stonden. En daarna behandelt hij die drie cases uitgebreid en triomfantelijk.
Allereerst Marinus Bernardus van Dinter. Zoon van een protestantse moeder en een katholieke vader. Marinus had 'aan zijne moeder op haar sterfbed beloofd, wanneer, na haren dood, zijn vader niet voor hem zorgde, maar aan zijn lot overliet, gereformeerd te zullen worden'. Na de dood van zijn moeder wist hij niet waar zijn vader uithing en 'nam hij onverwijld den toevlugt, door nood gedwongen, tot de kolonie'.
Dat was zijn eerste opname in het bedelaarsgesticht, april 1840, Marinus is dan zestien jaar oud. Na twee maanden wordt hj overgeplaatst naar Veenhuizen en in juli 1841 wordt hij ontslagen. Maar in augustus is hij er weer. Inmiddels flink gegroeid. Was hij bij zijn eerste opname 1,46 meter, nu staat hij voor 1.55 meter in het stamboek. Dit keer blijft hij op de Ommerschans en - 'getrouw aan de eenmaal afgelegde belofte jegens zijne onvergetelijke moeder' - vraagt hij deel te mogen nemen aan de hervormde cathechisatie. Hij volgt die trouw, leert twee jaar lang buitengewoon vlijtig en 'verheugde zich over het geluk hem ten deel gevallen'.
Die verheugdheid schijnt dan vooral te betreffen 'de voortreffelijke woorden uit de tien geboden: "Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen".' Met degenen voor wie je niet moet buigen en die niet gediend moeten worden, zal de dominee dan de roomsen bedoelen. Die natuurlijk actief proberen de overstap tegen te gaan, want er is sprake van 'de pogingen, om toch niet van geloof te veranderen, door den kapellaan alhier aangewend'.
Maar Marinus Bernardus staat pal, of in de woorden van dominee Campagne 'blijft volstandig', blij als hij is 'eindelijk ontslagen te zijn van dat bijgeloof' en hij doet belijdenis en wordt aangenomen als lidmaat.
Daarna mag hij van de predikant worden overgeplaatst naar Veenhuizen, vanwaar hij enkele jaren later vertrekt om in dienst te gaan bij de marine.
Bij de tweede case zijn de godsdienstige gezindheden van de ouders van de bekeerling precies andersom.