Post van Weldadigheid

Bent u één van die miljoen Nederlanders die een voorouder heeft in de Koloniën van Weldadigheid? Veel nazaten gaan op zoek naar het lief en leed van hun voorouders. Helpt u mee die gegevens vindbaar te maken?

Stand van zaken

  • 135.321 scans
  • 476 deelnemers

  • 57.429
    • 57.6% Onbruikbaar
    • 42.4% Dubbel ingevoerd
    • 42.4% Gecontroleerd
    Dubbel ingevoerd 100%
  • 57.429
    • 57.6% Onbruikbaar
    • 42.4% Dubbel ingevoerd
    • 42.4% Gecontroleerd
    Gecontroleerd 99.9%
Meedoen aan dit project
Wil Schackmann

Wil Schackmann

Het godsdienststrijdfeuilleton, aflevering 4: Luid gejouw en getier en steentjes gooien

De bekering van Jan Kiesling komt niet helemaal uit de lucht vallen en heeft een voorgeschiedenis. Allebei zijn ouders waren rooms, maar Jan verklaart nu 'van zijner jeugd af aan, weinig ingenomenheid met de R: C: Godsdienst gehad te hebben'. Hij ging altijd veel om met protestanten en ook wijlen zijn echtgenote, de in aflevering 1 even genoemde Aafje Zeeman, was van die gezindheid. Zij is pas later in haar leven lidmaat geworden en Jan zegt nu dat hij met haar 'mede zou te leeren zijn gegaan, had hij zulks om zijnen ouden vader niet nagelaten'.
Die oude vader is een jaar geleden gestorven, waarna Jan 'zijn voornemen eindelijk heeft volvoerd'. Hij meldt zich in september 1844 bij de hervormden, waar hij 'eerst bij wijlen Do van Rinteln en vervolgens bij Do Jansen is te leeren gegaan'. ((Zoals veel invoerders al wel gemerkt zullen hebben: als je voor een naam Do ziet staan, meestal met de o een stukje in de lucht, dus superscript, betekent dat dominee. Wat we tegenwoordig overigens met een kleine letter schrijven.))
Uiteraard komt er tegenvuur. Tot twee keer toe en met een dusdanige intensiteit dat directeur van Konijnenburg er de omschrijving 'grof' voor gebruikt. Hij vertelt dat Jan 'eerst door den Heer Kapellaan, aan de pastorie en daarna, door Pastoor en Kapellaan, aan huis van den zaalopziener Nijman, daarover grof is onderhouden geworden'. Dat maakt wel indruk, maar Jan Kiesling - in de woorden van Van Konijnenburg: 'hoe eenvoudig boersch hij ook is' - blijft bij zijn voornemen protestants te worden.
Genoemde zaalopziener Bernard Nijman is een militaire veteraan, voormalig sergeant, die sinds 1839 in de kolonie is en sinds kort, 19 juli 1844, bevorderd tot zaalopziener in het eerste gesticht. Hij is rooms en heeft dus ook twee zalen met roomse weeskinderen onder zijn hoede. Waaronder ook kinderen uit het gezin Kiesling, want die zijn - zie aflevering 1 - deels op de zalen van het kinderetablissement ondergebracht.
Die kinderen hebben het er zwaar mee. Het voornemen van hun vader leidt tot 'gemompel en afkeuring, onder de R C kinderen van het gesticht'. Op zondagochtend langs de hoofdvaart op weg naar het kerkelijke stuk van de kolonie, zie hier die kerkjes, wordt dat erg. Directeur van Konijnenburg beschrijft dat het 'zoo verre ging, dat het langs den weg naar de Kerken, tot luid gejouw en getier onder de oudste R C kinderen oversloeg'. Hij heeft ook vernomen dat 'de Oude Kiesling door jongens van de R: C gezindheid, met steentjes was gegooid'.
Er is bij de rest van de staf verontwaardiging dat 'de zaalopzieners Nijman en Meijer weinig of niets in het werk stelden' om dat tegen te gaan. Ze krijgen op hun donder, ze worden 'over hunne slapheid ernstig onderhouden'.
En dan, het is half januari 1845, nadert het tijdstip dat Jan Kiesling belijdenis kan doen.