Post van Weldadigheid

Bent u één van die miljoen Nederlanders die een voorouder heeft in de Koloniën van Weldadigheid? Veel nazaten gaan op zoek naar het lief en leed van hun voorouders. Helpt u mee die gegevens vindbaar te maken?

Stand van zaken

  • 135.321 scans
  • 481 deelnemers

  • 57.429
    • 57.6% Onbruikbaar
    • 42.4% Dubbel ingevoerd
    • 42.4% Gecontroleerd
    Dubbel ingevoerd 100%
  • 57.429
    • 57.6% Onbruikbaar
    • 42.4% Dubbel ingevoerd
    • 42.4% Gecontroleerd
    Gecontroleerd 99.9%
Meedoen aan dit project
Wil Schackmann

Wil Schackmann

Het godsdienststrijdfeuilleton, aflevering 6: Na de cathegisatie

Op dinsdag 14 januari 1845 - twee dagen na de bekering van hun vader - lopen Antonius Kiesling (17) en Willem Kiesling (15) van de kolonie weg. Het is net de dag dat ze zouden overgaan van een katholieke naar een protestantse zaal, maar dat hebben ze niet afgewacht. Ze trekken door Drenthe naar het zuiden richting Dedemsvaart, dicht bij de Ommerschans. Maar vrijdagavond 17 januari worden ze te Vilsteren, nabij Ommen, 'ten huize van een boer', gearresteerd.
'Van daar zijn ze naar herwaards teruggevoerd en in den vroegen morgen van heden, bij het Gesticht teruggebragt door een politie dienaar van Ommen.' Met 'heden' wordt bedoeld zondag 19 januari en de schrijver van deze zin is de adjunct-directeur van het eerste gesticht, Jannes Poelman. Hij is al de hoogste baas van dat wezenetablissement sinds de start in 1824 en inmiddels is hij 75 jaar. Maar als in eerdere stukken al vaak gezegd: in die tijd waren de oudedagsvoorzieningen nog niet uitgevonden, je moest gewoon blijven werken tot je er dood bij neerviel. Dat laatste zal overigens binnenkort gebeuren, Jannes Poelman zal 14 maart 1845 overlijden.
Maar nu is hij nog vol leven en roept hij die zondagochtend de onderdirecteur-binnen er bij om samen de jongens te ondervragen. Die onderdirecteur is Augustinus Mattheus Jacobus Textor, 33 jaar en een zoon van de allereerste onderdirecteur Jacob Heinrich Textor, die in 1831 tijdens de mobilisatie tegen de afscheiding van België vrijwillig in dienst van de Gelderse schutterij was gegaan om tegen de opstandige Belgen op te trekken en daarvan nooit is weergekeerd.
De heren nemen de verklaring van de jongens 'Kieseling' - maar dat scheelt maar één lettertje dus daar doen we niet moeilijk over - op en maken er een proces verbaal van. De jongens, vernemen ze, zijn maandag 13 januari, de dag na hun vaders bekering, 'uit eigen beweging naar de Pastorij geweest, om den Pastoor te verstaan, of er geene mogelijkheid bestond, zij bij het R. C. geloof konden verblijven'. De dag erop, dinsdag, zijn ze gewoon naar de roomse cathechisatie geweest, wat Poelman en Textor schrijven als 'cathegisatie' en hebben ze daar 'de gewone Gods-dienst waargenomen'.
Maar na afloop van de cathechisatie wordt Antonius 'door den Kapellaan in de binnen kamer geroepen'. Daar is ook de pastoor aanwezig. En nu komt het: 'Toen is hij door de beide Heeren aangemoedigd, om met zijnen broeder Willem, weg te loopen, daartoe verstrekkende drie gulden in zilvergeld met eenige appelen.'