Post van Weldadigheid

Bent u één van die miljoen Nederlanders die een voorouder heeft in de Koloniën van Weldadigheid? Veel nazaten gaan op zoek naar het lief en leed van hun voorouders. Helpt u mee die gegevens vindbaar te maken?

Stand van zaken

  • 135.321 scans
  • 476 deelnemers

  • 57.429
    • 57.6% Onbruikbaar
    • 42.4% Dubbel ingevoerd
    • 42.4% Gecontroleerd
    Dubbel ingevoerd 100%
  • 57.429
    • 57.6% Onbruikbaar
    • 42.4% Dubbel ingevoerd
    • 42.4% Gecontroleerd
    Gecontroleerd 99.9%
Meedoen aan dit project
Wil Schackmann

Wil Schackmann

Het godsdienststrijdfeuilleton, aflevering 8: Zoodanige teregtwijzing

De permanente commissie houdt elke dag een dagagenda bij en daar wordt genoteerd dat de brief van Van Konijnenburg met als bijlagen het briefje van Poelman en het proces verbaal van het verhoor van Antonius en Willem Kiesling op de 27e januari bij haar binnenkomt als nummer 13 van de agenda. Er is geen twijfel wat op de brief moet worden genoteerd als vervolgactie, het 'moet dadelijk aan de Hr Ruitenschild worden medegedeeld' en die wordt 'om rapport gevraagd'.

Er heeft eigenlijk altijd wel een dominee in de permanente commissie gezeten. Alleen de eerste, Paulus van Hemert, die met Johannes van den Bosch en Jeremias Faber van Riemsdijk de eerste permanente commissie vormde, was niet meer praktizerend. Na zijn dood werd hij opgevolgd door dominee J. Sluiter uit Den Haag, over wie ik verder op internet weinig kan vinden, maar die goed werk heeft gedaan, onder andere door in 1829 de hele tuchtwetgeving op nieuwe en overzichtelijker leest te schoeien.

Dominee Sluiter overlijdt begin 1837 en dan wordt zijn plek ingenomen door dominee Gerrit Ruitenschild. Midden dertig en volgens deze pagina is hij op het moment wijkpredikant van het Noordeinde in Den Haag en zal hij over enkele jaren hofpredikant worden, in welk verband hij onder andere de uitvaartdienst van koning Willem II zal leiden en diverse koninklijke telgen zal dopen en belijdenis afnemen. Uit zijn activiteiten in de permanente commissie blijkt dat hij wel houdt van een robbertje vechten met roomsen.

Binnen een paar dagen heeft Ruitenschild zijn rapportje klaar en wordt besloten twee brieven uit te doen gaan. Die uitgaande brieven van de permanente commissie zijn meestal een ramp. Per definitie hebben we in het archief niet de net-versie, maar alleen het kladje, en dan doet men geen enkele moeite om een beetje goed leesbaar te schrijven. Nog afgezien van alle doorhalingen en bijgeschreven verbeteringen erin. Maar Luurt Vrijen heeft deze brieven voor mij gedaan en die is er bijna helemaal uitgekomen. Zie hier een stukje:

Eén brief gaat naar directeur Van Konijnenburg dat de jongens Kiesling voor de Raad van Tucht moeten verschijnen 'waarbij aanleiding en omstandigheden niet buiten behandeling behoeven te worden gelaten'. Sterker nog, het lijkt dominee Ruitenschild 'integendeel nuttig' als het duidelijk in het proces verbaal komt.

De tweede brief gaat naar 'de Staatsraad belast met de directie van het Ministerie voor de Zaken der R. K. Eeredienst'. Die krijgt een kopietje van het verhoor van de jongens en hem wordt gevraagd om te overwegen wat hij zou kunnen doen 'om de  bemoeijenis der R. K. Geestelijken te Veenhuizen binnen de grenzen hunner kerkelijke roeping beperkt te houden'. De permanente commissie wijst erop dat het 'hoogst bezwaarlijk, ja ondoenlijk' wordt om de orde in de kolonie te handhaven als de geestelijkheid 'in plaats van gehoorzaamheid aan de bestaande bepalingen door les en leering te bevorderen, zich integendeel veroorlooft het heimelijk ontloopen aantemoedigen'.

Wat hij dan zou moeten doen wordt ook al ingevuld. Hij moet zorgen dat 'de R. K. Geestelijken te Veenhuizen ten deze zoodanige teregtwijzing mogen ontvangen als strekken kan, om hen van handelingen, welke het bestuur bemoeijelijken, terug te houden'.

Zo. In de hoek gezet.