Amsterdamse doodsoorzaken 1854 – 1940

Wilt u ook weten waar al die Amsterdammers in de negentiende eeuw precies aan dood gingen? Help ons mee de Amsterdamse doodsoorzakenregisters te indexeren!

Stand van zaken

  • 21.581 scans
  • 799 deelnemers

  • 20.383
    • 5.6% Onbruikbaar
    • 94.4% Dubbel ingevoerd
    • 94.4% Gecontroleerd
    Dubbel ingevoerd 100%
  • 20.383
    • 5.6% Onbruikbaar
    • 94.4% Dubbel ingevoerd
    • 94.4% Gecontroleerd
    Gecontroleerd 100%
 
Ton van Raaij

Ton van Raaij

Vervolg SS Indra

Zeemijn slaat gat in ss Indra

drie Finse opvarenden gedood

 

Fred Foppen

 

“Alles kraakte en versplinterde. Het was een ravage en het schip begon snel te zinken”, vertelde kapitein F. Lindholm, nog steeds onder de indruk van de snelheid waarmee het gebeurde. De Finse houtboot de ss Indra is op maandag 9 oktober 1939 rond kwart over elf zes mijl ten noorden van Midsland op Terschelling op een zeemijn gelopen. De schade aan het schip was enorm, met een gapend gat aan stuurboordzijde vlak naast de machinekamer. De ontploffing was tot op het eiland te horen. Zeeloods H. Tuil, die samen met de roerganger en de tweede stuurman Helman op de brug stond, zei, “alles was in een minimum van tijd gebeurd, korter dan ik het kan vertellen, mijn kijker werd me uit de hand geslagen, een watermassa spoot uit de machinekamer omhoog. Het onderstuk van de brug werd onder mij weggeslagen”. Later vertelde de loods dat de stuurman zijn kijker mee van boord had genomen. De bemanning bleef kalm en maakte de reddingssloep klaar. Terwijl ze daar mee bezig waren volgde nog een explosie, waarschijnlijk de ketel. Kapitein Lindholm en zeeloods H. Tuil maakten nog snel een ronde over het schip om te kijken of iedereen van boord was. Ze zagen dat het ketelruim één grote ravage was. Geen spoor van de drie man die daar werkten. “We konden onmogelijk langer aan boord blijven. De toestand in de machinekamer was van dien aard dat aan het redden van de mensen daar niet te denken viel. Zij waren omgekomen”, vertelde de kapitein later. Het zinkende schip dreef langzaam in de richting van het grote Engelse zeemijnenveld dat zich kilometersver ten noorden van Terschelling uitstrekte, een herinnering aan de Eerste Wereldoorlog. Kapitein Lindholm verliet als laatste zijn lekgeslagen schip. Loods Tuil had de Indra langs het zeemijnenveld geleid, maar het kon niet anders dan dat het schiptoch op een zeemijn was gelopen. Het was vaker gebeurd dat een oude zeemijn na een zware storm op zee was losgeslagen, waarna het exposief naar de smalle doortocht kon drijven, of soms op het strand aanspoelde.

De bemanningsleden van de Indra gingen aan boord van de Zweedse houtboot de Eriksborg. Daar bleek dat 19 bemanningsleden en de loods gered waren. In de krant werd het toen kennelijk opvallende feit gemeld dat er drie vrouwen waren onder de geredde bemanning van de Indra. De drie mannen, die tijdens de explosie in het ketelruim werkten, ontbraken op het appèl. Eerste machinist Malmlund, 39 jaar, donkeyman Aarne Asser Matinpaika Multanen, 23 jaar, en stoker Ragna Emil Farm, 18 jaar.

De Finse Indra met hout uit Sundsval in Zweden,  de Zweedse Eriksborg en de Finse Karen waren samen uit de Oostzee vertrokken met ladingen hout voor Zaandam. De drie boten voeren in konvooi. De kapiteins wisten dat de reis niet zonder gevaar zou zijn, want de Tweede Wereldoorlog was al weer vijf weken aan de gang. Bovendien zouden ze in de nauwe corridor moeten varen voor de Nederlandse kust tussen de Waddeneilanden en het uitgestrekte Engelse zeemijnenveld. Door bij elkaar te blijven zouden ze elkaar in geval van nood kunnen helpen. Ze hadden ook een zeeloods aan boord. De broers D. en H. Tuil, loodsen in Delfzijl, waren op het Zweedse Oostzee eiland Bornholm aan boord gekomen, H. Tuil op de Indra en D. Tuil op de Eriksborg.

De overlevenden van de Indra waren snel aan boord genomen van de Eriksborg. De motorreddingboot Nicolaas Marius van de KNSRM op Terschelling hoefde niet meer te helpen. Zij kon weer naar haar post op Terschelling terugkeren. Hoewel de Indra met haar voorsteven diep onder water stak en veel water had gemaakt, viel het op dat het schip toch bleef drijven. De sleepboot Stortemelk II van de rederij Doeksen zou proberen om vast te maken aan de Indra om het schip naar IJmuiden te slepen. Een gevaarlijke onderneming omdat het schip steeds verder naar het zeemijnengebied dreef, maar het kon ook lukratief zijn, want de bemanning had het schip verlaten, waardoor het schip met de lading eigendom werd van de bergingsmaatschappij.

Ondertussen waren de Eriksborg en de Karen doorgevaren naar IJmuiden, waar ze diezelfde dag vlak voor middernacht zijn binnengelopen. Nog in de sluis van IJmuiden kwam een arts aan boord om de zes gewonde bemanningsleden te helpen. Twee man moesten in het St. Anthoniusziekenhuis in IJmuiden behandeld worden. De andere vier hadden lichte verwondingen. Zij konden samen met de andere geredden die nacht op de Eriksborg doorvaren naar de Coenhaven in Amsterdam. De Karen voer naar Zaandam om daar haar lading hout te lossen.

Ondertussen was de Stortemelk II  van Doeksen erin geslaagd om vast te maken aan de Indra. Samen met de sleepboot de Utrecht van Wijsmuller kwam de sleep op 12 oktober aan bij de sluis van IJmuiden. Het schutwerk ging moeizaam, omdat de gehavende boot diep in het water lag, het duurde ruim een uur, gelukkig maakte het geen slagzij, maar met een stuurboordverschansing die nauwelijks boven water uitkwam was zij moeilijk wendbaar.

 

Daarna sleepten de havensleepboten Nestor en Stentor van Wijsmuller het schip naar de kade van de Amsterdamsche Droogdok Maatschappij, waar het afgemeerd werd. Rond middernacht is de Indra naar het Hendrikdok versleept. Daar is verder gezocht naar de slachtoffers. De natte houtlading werd later aan land gebracht.

Op 13 oktober zijn de drie deerlijk verminkte slachtoffers geborgen. Hun stoffelijke resten

 

 

zijn overgebracht naar het Binnengasthuis. Het is opvallend dat in de gemeentelijke acte van Verlof tot Begraven als tijd van overlijden niet het uur van de explosie van de zeemijn wordt genoemd, maar het moment dat de lijken geborgen zijn; Farm op 13 oktober 1939 om 23.50. Op 16 oktober 1939 werd toestemming gegeven om de drie slachtoffers te begraven op de

Nieuwe Ooster begraafplaats. Samen met de overlevenden van de Indra en de bemanning van de Eriksborg waren er op 17 oktober 1939 om 10.00 honderden belangstellenden bij de begrafenisplechtigheid op de Nieuwe Ooster, onder hen de consul van Finland G. Key Jzn en J. Sydzes namens de cargadoor. Dominee T. Viitasaari van de Finse Zeemanskerk in Rotterdam, de kerk die daar al sinds 1875 voor Finse zeelieden zorgt, leidde de dienst. De drie

 

slachtoffers in kisten bedekt met kransen in de Finse en Zweedse kleuren zijn in één graf begraven. In de acte van Verlof tot Begraven zijn de bijzonderheden van het graf vastgelegd, Klasse 5, Vak 81, Regel C, No. 1. Het graf is later geruimd. Bij de Finse Zeemanskerk wist men niet met zekerheid te zeggen of deze oorlogsslachtoffers naar Finland zijn teruggebracht. De ramp met de Indra heeft in ieder geval veel belangstelling getrokken, kranten van Vlissingen tot Leeuwarden hebben er in die dagen uitgebreid over geschreven.

De schade aan de Indra bleek bij inspectie zo desastreus - in vaktermen een constructive total loss, want er zat een gat in de scheepshuid van meer dan drie meter; in lekentaal, het was gewoon een wrak – dat het schip in oktober 1939 verkocht werd aan de NV IJzerhandel Hollandia, een grote schroothandelaar in Amsterdam, onder meer bekend van de sloop van het verbrande Paleis van Volksvlijt. Technici van Hollandia dachten echter dat het schip nog gerepareerd kon worden. Het is in een paar maanden tijd opgekalefaterd, maar de structurele knik in de romp als gevolg van de explosie is niet meer weggewerkt. Of dit structurele probleem geleid heeft tot de uiteindelijke ondergang van de Indra is niet te zeggen. In januari 1940 werd de herstelde Indra doorverkocht naar de Laevaühing Indra in Tallinn in Estland. In maart 1940 ging het schip over in handen van Tornsten Carlbom in Stockholm, die de Indra onder Panamese vlag liet varen. Bij haar uitreis had de gerepareerde Indra opnieuw pech. Op zondag 14 april 1940 zou het met ballast beladen schip van Amsterdam oversteken naar Engeland, maar al in het Noordzeekanaal kreeg zij motorpech. Deze kon in de binnenhaven van IJmuiden door de eigen bemanning gerepareerd worden, maar eenmaal buitengaats kon de Indra niet op tegen een zware westerstorm en zij moest daarom terugkeren naar de haven van IJmuiden.

Op een reis met een lading hout van Barry in Wales naar het Zuid-Spaanse Huelva is de Indra waarschijnlijk op 21 oktober 1941 met man en muis vergaan. Een paar dagen later is een lege reddingsboot op de Ierse kust aangespoeld. De commandant van de Duitse onderzeeboot, de U84, die in dat gebied op geallieerde vrachtboten loerde, heeft gerapporteerd dat hij gezien heeft dat een schip, waarschijnlijk de Indra, op 21 oktober 1941 om 00.12 na twee ontploffingen, zo te zien in het ketelruim, gezonken is. Hij ontkende in ieder geval dat zijn U84 de Indra heeft getorpedeerd. De laatste positie van de Indra is opvallend, ruim 200 km ten westen van Ierland, geen voor de hand liggende koers van Wales naar Zuid-Spanje. Op 8 november 1941 stond in de Deutsche Zeitung in den Niederlanden dat “der Dampfer Indra ist verloren gemeldet von der Reederei”. In ieder geval is er sinds 1941 nooit meer iets van de Indra en haar bemanning gehoord.

De Indra kende overigens een bewogen geschiedenis. Zij begon haar vaart onder   Nederlandse vlag. Bij de tewaterlating op 14 juli 1900 werd zij de ss Loppersum gedoopt. Het

 

schip van 2023 bruto ton met een lengte van 82,4 meter en een diepgang van 4,9 meter is gebouwd op de werf van William Gray & Co. Ltd in West Hartlepool bij Middlesbrough in Engeland. Het schip kon met een 900 pK stoommachine een snelheid halen van 8,5 knopen. Het schip was gebouwd in opdracht van de Amsterdamse N.V. Stoomvaart Maatschappij Oostzee. De Firma Vinke & Co, dat als cargadoorsbedrijf geen eigen schepen had, was verantwoordelijk voor de bevrachting. De bedoeling was dat de Loppersum kolen zou vervoeren van Nederland naar de Baltische landen en op de terugreis hout van de Oostzee landen naar Nederland. Omdat het schip oud en te langzaam was geworden, en waarschijnlijk ook omdat de handel in die jaren weinig opleverde, werd de Loppersum in februari 1927 verkocht aan de Nordafrika Reederei G.m.b.H. in Hamburg in Duitsland. De Loppersum werd omgedoopt tot ss Nord Afrika. Op 3 januari 1930 werd het schip verkocht aan de Rederi A/B Viking in Gotenborg in Zweden. Opnieuw kreeg het schip een nieuwe naam, de ss Vareg. Deze rederij ging ook failliet, want na een executoriale verkoop op 2 april 1934 werd de Rederi A/B Indra in Gotenburg eigenaar van het schip, dat toen opnieuw een nieuwe naam kreeg, de ss Indra. Deze naam heeft zij gehouden tot het einde. Ook deze eigenaar hield het schip niet lang, want op 29 februari 1936, opnieuw na een executoriale verkoop, werd de Rederi A/B Fredrika in Stockholm eigenares van de Indra. Nauwelijks een maand later, op 1 april 1936, kwam het schip in handen van de Nautic Steamship Company Ltd O/Y in Turku, Abö, in Finland. Daarna volgden de eerdergenoemde eigenaren Laevaühing Indra in Estland en en de laatste eigenaar Tornsten Carlbom in Zweden. De ss Indra onder Panamese vlag rust nu op de bodem van de Atlantische Oceaan.

 

 

En hoe is het verder gegaan met:

De werf van William Gray & Co. Ltd., opgericht in 1862, is bij gebrek aan werk in 1962 gesloten.

N.V. IJzerhandel Hollandia, opgericht in 1926, is na tussentijdse fusies met schrootbedrijven in Rotterdam en in Hendrik-Ido-Ambacht in 1980 overgenomen door Hoogovens.

N.V. Stoomvaart Maatschappij Oostzee, opgericht in 1897, is in 1985 opgeheven na beëindiging van de rederij activiteiten.

Vinke & Co, opgericht in 1860, is in 1993 overgenomen door de Koninklijke Burger Groep B.V. Het kantoor van Vinke is in 1996 verkocht, maar nog steeds staat Vinke & Co. op het gebouw aan de De Ruyterkade 107.

 

Over de drie slachtoffers:

Hun achternamen zijn op verschillende manieren geschreven: Malmlund wordt in de Nederlandse kranten verbasterd tot Marinland of Marlnlund; Multanen wordt ook geschreven als Mullanen en Farm als Farme.

De begraafdocumenten van eerste machinist Malmlund zijn kennelijk verloren gegaan, zijn voornaam is onbekend.

 

Bronnen

Alex van Reenen, Stadsarchief Amsterdam

Algemeen Handelsblad, 10 oktober 1939, p. 11, 14 maart 1940, p. 11

Alkmaarsche Courant, 10 oktober 1939, p. 2, 11 oktober 1939, p. 6

Bureau-Wijsmuller.nl, 10 oktober 1939

De Bannier, 19 oktober 1939, p. 6

De Maasbode, 13 april 1940, p. 3, 16 april 1940, p. 14

De Standaard, 4 april 1940, p.8

Deutsche Zeitung in den Niederlanden, 8 november 1941, p. 1

Finse Zeemanskerk, Rotterdam

Geheugenvannederland.nl, foto van  beschadigde Indra

Haarlem’s Dagblad, 10 oktober 1939, p. 2

Heldersche Courant, 11 oktober 1939, p. 7

Leidsche Courant, 10 oktober 1939, p. 9

Leeuwarder Nieuwsblad, 9 oktober 1939, p. 1

Marhisdata.nl, foto van ss. Loppersum

Middelburgsche Courant, 10 oktober 1939, p. 1, 12 oktober 1939, p. 7

Mischa Smeding, De Nieuwe Ooster begraafplaats

Nieuwsblad van het Noorden, 25 januari 1940, p.

Rotterdams Nieuwsblad, 17 april 1940, p. 2

Vlissingse Courant, 10 oktober 1939, p. 1, 6

Waddenvereniging.nl, Zeemijnen op de Waddeneilanden, 27 november 2014

 

  • Heleen Hayes

    Heleen Hayes

    Wow, goed uitgezocht en fijn geschreven, Fred!

  • Fred Geukes Foppen

    Fred Geukes Foppen

    ik heb ook een youtube filmpje gevonden met het Polygoon nieuws, toen de half gezonden Indra in IJmuiden lag

    Indrukwekkend. Met die schade.

    dit is de link

    https://www.youtube.com/watch?v=YDKYYitlAXk

  • Ton van Raaij

    Ton van Raaij

    Hallo allemaal,

    Fred heeft nog wat meer informatie gevonden n.l.:

    1. de voornamen van machinist Malmlund zijn Aarne Bartholomeus.

    2. de link naar het filmpje is hiervoor al aangegeven.

    Verder zal het duidelijk zijn dat het plaatje aan het begin van het artikel daar niet hoort maar dat was mijn onervarenheid met de Vele Handen omgeving.

    Groeten,

    Ton