Bevolkingsregisters stad Utrecht (1850-1889)

Helpt u mee met het invoeren van deze oudste en laatste series bevolkingsregisters van de stad Utrecht? Alleen de bewoners hoeven te worden ingevoerd; de adressen zijn al gedaan.

Stand van zaken

  • 56.513 scans
  • 395 deelnemers

  • 22.021
    • 2.7% Onbruikbaar
    • 39% Dubbel ingevoerd
    • 38.2% Gecontroleerd
    Dubbel ingevoerd 41.7%
  • 21.581
    • 2.7% Onbruikbaar
    • 39% Dubbel ingevoerd
    • 38.2% Gecontroleerd
    Gecontroleerd 40.8%
Meedoen aan dit project
 
Albert HUA

Albert HUA

Nicolaas Beets

Laatst bijgewerkt op: 

Ach, ziet de grote Nicolaas Beets (Haarlem, 13.9.1814 – Utrecht, 13.3.1903), theoloog ‘herder’, schrijver en dichter komt op onze bevolkingsscan (Boothstraat wijknr. 597, tegenwoordig huisnr. 6) voorbij, of ‘neen, niet voorbij, hij toefde’. Wie is niet bekend met zijn beroemde gedicht De moerbeitoppen ruischten? In zijn studententijd liet hij zich nog inspireren door de grote romantische dichters als Byron, Walter Scott en Victor Hugo, hetgeen resulteerde in voor Nederlandse begrippen behoorlijk zwaarmoedig reflecterende, van romantische Weltschmerz doortrokken dichtwerken. Deze periode werd in vroegere letterkundige overzichtswerken als zijn ‘zwarte tijd’ aangeduid. Nog voor hij ernstiger, om niet te zeggen braver en huiselijker werd en beroepen tot predikant aan de Nederlandse Hervormde Kerk in Heemstede, publiceerde hij in 1839 onder de schuilnaam 'Hildebrand' de voornaamste stukken (familie Stastok, Een onaangenaam mens in de Haarlemmerhout, Een oude kennis) van de Camera Obscura. Een werk dat hij later aanvulde met sentimentelere, moralistische verhalen en opstellen in een vaak volksere stijl geschreven (b.v.Teun de Jager en De Limburgsche voerman) waarin men goed de literair betreurde overgang van de schrijver Hildebrand naar de dominee Beets bespeurt. Camera Obscura bundelt een aantal verhalen van wisselende lengte, waarin Hildebrand familie en kennissen bezoekt. Het stond de schrijver voor ogen de klein-burgerlijke dufheid en benepenheid van zijn tijdgenoten te schetsen. In die zin een soort voorloper van Koot & Bie. Omstreeks het midden van de negentiende eeuw verschenen er – onder invloed van o.a. Dickens en Sterne - meer van dergelijke publicaties in ons taalgebied: Jonathan (Waarheid en Droomen), Klikspaan (Studententypen en Studentenleven) en Koetsveld (Schetsen uit de Pastorie van Mastland). Maar Camera Obscura is hiervan toch wel het meest geslaagde specimen. Vertalingen verschenen o.a. in het Engels, het Duits, het Frans, het Italiaans en het Hongaars. Dat in het tegenwoordige onderwijs de Camera Obscura geheel wordt doodgezwegen is een lot dat meer, ooit voor onsterfelijk gehouden werken ten deel valt. Een achttal typen uit de Camera zijn niettemin door de beeldhouwer Jan Bronner in steen vereeuwigd, met de auteur op gepaste afstand wakend als een herder over zijn kudde. Gelukkig had de schrijver in 1856 de tegenwoordigheid van geest om vóór afschaffing van slavernij te pleiten. Dat standbeeld van hem mag dus nog even blijven staan...

 

(Met dank aan deelnemer Floraw)

  • Jenneke Kievit

    Jenneke Kievit

    Wow, Herman, wat een bloemrijk en uitgebreid verhaal. Ik kende natuurlijk alleen zijn Camera Obscura, een must op de boekenlijst van mijn HBS eindexamen. Verder was ik nooit gekomen. Dankjewel.