Alle Amsterdamse Akten

Miljoenen akten liggen nog begraven in het archief van de Amsterdamse Notarissen. Ga mee op ontdekkingstocht en help de geschiedenis van Amsterdam herschrijven!

Stand van zaken

  • 134/737 notaris
  • 1.327 deelnemers

  • 134
    Notaris18.2%
  • 856.180
    • 0% Onbruikbaar
    • 81.9% Ingevoerd
    • 69.2% Gecontroleerd
    Ingevoerd 81.9%
  • 724.223
    • 0% Onbruikbaar
    • 81.9% Ingevoerd
    • 69.2% Gecontroleerd
    Gecontroleerd 69.2%
Meedoen aan dit project

Project info

 
Owlface

Owlface

Bloedbad in de Utrechtsedwarsstraat

Volkhouder Johan Philip Burger gaat zich aan sterke drank te buiten, met de bekende gevolgen voor zijn vrouw, Anna Margaretha Kletting, die hij razend en vloekend mishandelt, en zijn huisraad, dat hij regelmatig aan stukken slaat. Voorts heeft hij 'in zijn quaadaardigheijd hoeken uit bierglazen gebeeten' en met een 'meshouwer of degen in zijn hand' gedreigd zijn arme vrouw dood te zullen slaan. Hij rukt zich de kleren van zijn lijf en wil zichzelf met het mes verwonden, 'intusschen roepende op een godslasterlijke wijze': "God is geen God, als hij mij niet door de afgrond laat zinken, daar is geen God voor mij, de duijvel word mijn God."

 

Kortom, niet zomaar een dronkenlap, maar er zitten nog meer steekjes aan hem los. De buren getuigen dat hij Anna 'een zodanig zwaare slag heeft toegbragt dat ze vreeselijk uit neus en mond bloedde', toen ze weigerde met een Fransman die er zeer warhaverig en onzindelijk uitzag' aan tafel te eten. Burger ziet kennelijk ook zelf wel dat hij niet helemaal in orde is en laat chirurgijn Lelij halen, 'van wie hij ader gelaten wilde weezen'. Die zegt: "Burger, het is niet nodig dat jij gelaten word, jij bent gezond."

"Als jij mij niet laten wilt, dan zal ik mij zelf over de arm snijen," antwoordt Burger en grijpt met een pennemesje dat op tafel ligt. Lelij geeft toe: "Kom aan als jij toch gelaten wil weezen, dan zal ik u laten." Hij laat het bloed in een spoelkom lopen en als iemand die weg wil halen, roept Burger: "Wacht wat, het is er voor den donder uitgekomen, het moet er voor de blixem weer in," waarop hij de kom geheel leegdrinkt. De getuigen, inclusief de chirurgijn 'grilden van 't aan te zien'. "Nou zal de donder een weerligt je God worden," schreeuwt Burger en pakt twee pistolen. Ze weten hem die af te pakken, waarop Burger met een 'mes bij hem gestooken en een hartsvanger op zijde' de deur uit loopt.

Ook buurvrouw Arriaantje Zwartsbergen moet het ontgelden. Als ze met haar kind op schoot thee zit te drinken, wil Burger ook een kop thee. Die krijgt hij, maar hij giet er rode wijn bij. Vervolgens haalt hij een mes uit zijn zak en zegt: "Wat let mij, dat ik mij niet de aderen afsnij en het bloed in de kom laat loopen." Dat doe je toch niet, zegt Arriaantje. "Neen, blixemskind, jij zal 't hebben," roept hij en haalt met het mes over tafel naar haar uit, waarbij ze met stoel en al achterover valt. Maar verder blijft ze ongedeerd.

Alle attestanten zijn het eens: Anna is 'een ordentelijke vrouw die haar best doet om met eere over de waereld te komen, mitsgaders voor zo verre hun bekend is, haar man nimmer of ooit eenige redenen gegeven heeft om dusdanig met haar te handelen als hier vooren is gemelt'.

 GERARDUS WIJTHOFF 1750-1794 - 1 - Beginner - 13301 - (1764-1764) - NOTJ00870000568 - NOTJ00870000571

  • Pauline (Stadsarchief Amsterdam)

    Pauline (Stadsarchief Amsterdam)

    Owlface, hoe stuit jij toch altijd weer op de kleurrijkste akten? 'Hoeken uit bierglazen gebeten', ik zie de man al helemaal voor me.

  • Owlface

    Owlface

    Laatst bijgewerkt op: 

    Ik kan het ook niet helpen...;)

    Maar leuk om op AAA geplaatst te zijn.

    (@Mark, het is Gerardus, niet Carel Wijthoff)

  • Owlface

    Owlface

    Twee jaar later en hier is hij weer, onze dronken volkhouder, nog altijd in de Utrechtsedwarsstaat. Op 26 april 1766 hebben getuigen bijgewoond hoe hij 'dronken en onbekwaam zijnde onder sware vloek en scheldwoorden, zijn geheel bovenlichaam ontblooten en zijn kleeren en hembd op de grond smeed, en als toen ook onder zwaare vloekwoorden de duijvel aangeroepen heeft dat die hem zou komen halen en door de lucht en starren voeren'.

    Als zijn arme vrouw hem zijn eten voorzet, zegt hij 'dat hij 't eeten verdomde, maar dat hij zo lang zuijpen zou dat de duijvel hem haalde'. "Wanneer kom ik in 't rasphuijs? Wie zal mij temmen, de schout met zijn dienders? Als die mij temmen kan, dan ben ik eeuwig verdomt," raast hij, 'en andere vuijle expressien, te veel om ten deezer ter needer te stellen'.

    Het is 'te dugten dat hij aan zijn vrouw de een of andere tijd een ongeluk zal begaan', menen de buren.

     GERARDUS WIJTHOFF 1750-1794 - 1 - Beginner - 13309 - (1766-1766) - NOTJ00878000260 - NOTJ00878000262