Alle Amsterdamse Akten

Miljoenen akten liggen nog begraven in het archief van de Amsterdamse Notarissen. Ga mee op ontdekkingstocht en help de geschiedenis van Amsterdam herschrijven!

Stand van zaken

  • 189/516 notaris
  • 1.848 deelnemers

  • 189
    Notaris36.6%
  • 1.236.995
    • 0% Onbruikbaar
    • 83.4% Ingevoerd
    • 82.5% Gecontroleerd
    Ingevoerd 83.4%
  • 1.223.430
    • 0% Onbruikbaar
    • 83.4% Ingevoerd
    • 82.5% Gecontroleerd
    Gecontroleerd 82.5%
Meedoen aan dit project

Project info

 
Sjoerd de Meer

Sjoerd de Meer

Boze bakkersknecht

WILLEM VAN HOMRIGH 1791-1833 - 1 - Beginner - 18007 - (1800-1800) - NOTC01916000005 - NOTC01916000006

Willem Warning, een jongen van omstreeks veertien jaar oud, wordt in 1796 door de regenten van het Aalmoezeniersweeshuis geplaatst bij de broodbakker Christiaan Kerkhoff, die woont op de hoek van de Prinsengracht en de Berenstraat. De bakker neemt op zich Willem op te leiden in het vak en hem te voorzien van kost, kleding en inwoning; van loon is echter geen sprake.

Al na nauwelijks acht dagen wordt Willem ernstig ziek. Zijn ziekte duurt ongeveer drie maanden, gedurende welke de bakker de kosten voor dokter en apotheker voor zijn rekening neemt. Omdat Willem na zijn herstel nog lange tijd te verzwakt is om te werken, ziet de bakker zich genoodzaakt gedurende een jaar een knecht in te huren ter vervanging.

Wanneer Willem uiteindelijk voldoende is aangesterkt, weigert hij echter het werk te hervatten. Hij verklaart geen broodbakker te willen worden en dreigt weg te lopen. De bakker probeert hem met dreigementen én beloften tot andere gedachten te brengen: bij goed gedrag zou Willem twee zesthalven (twee schellingen) en een zilveren horloge ontvangen, en na het leren van het vak en indiensttreding bij een andere bakker zelfs een uitzet.

In juni 1799 loopt de spanning hoog op. Op een ochtend kan Willem zijn schoenen niet vinden en dreigt hij de ramen in te slaan en te vertrekken. De vrouw van de bakker meldt uiteindelijk dat de schoenen bij het pothuis staan om gelapt te worden. Eenmaal op straat maakt Willem veel kabaal terwijl hij ze aantrekt. Ondertussen begeeft de bakker zich naar het Aalmoezeniersweeshuis en keert terug met een dienaar. Bij aankomst blijkt Willem echter verdwenen.

Er wordt navraag gedaan bij zijn broer en zus, die nog in het weeshuis verblijven. Na enkele dagen keert Willem terug bij de bakker, waar hij luidruchtig zijn damasten borstrok en een vest van sits opeist. Hij krijgt deze, evenals een gulden. Twee getuigen verklaren daarop dat Willem een luiaard is en een nors en wrevelig karakter heeft. Willem laat het er niet bij zitten en wendt zich, met twee eigen getuigen, tot notaris Willem Blomman. Zijn getuigen schetsen juist het beeld van een ordelijk en geschikt persoon. Volgens een akte van 20 augustus 1799 zou Willem bovendien recht hebben gehad op een loon van elf stuivers per week. (zie voor de akte: https://archief.amsterdam/inventarissen/scans/5075/482.1.1/start/400/limit/10/highlight/3)

Hoe het verder met hem afloopt, is niet met zekerheid bekend. Wel wordt in 1800 een Willem Warning begraven.