Anna Bosman in de Korte Keizersdwarsstraat heeft uit haar kamerraam 'eenige scharretjes' te drogen gehangen en Amerentia, de dochter van Jacob van Tol, die beneden woont, heeft Anna, die uijt het venster lag 'sterk aangekeken'.
"Heb jij lang genoeg gekeeken?" vraagt Anna, "Het was beeter dat je in huijs ging en dingen deed."
Jacob van Tol komt meteen naar buiten en roept tegen Anna: "Jou stronthoer, heb jij wat te seggen? Jij bent al jouw leven een stronthoer geweest!"
"Dat sal jij mij waarmaken," roept Anna's man Johannes Jurrians vanuit het andere bovenraam, waarop Jacob antwoordt dat hij dat alle uren van de dag kan doen. "Swijg stil, wij kennen jou en jouw ouders ook en wij weten dat jijlui dievengeschoor samen bent," voegt hij eraan toe.
"Dat kan jij mij waarmaken," roept Jurrians, waarop Jacob hem 'van de kamer op straat eijst'" "Malle jongen, sal jou het A.B. nog leeren!"
De volgende dag weten Jacobs vrouw en zijn twee zusters nog net te verhinderen dat Jacob zijn buurman te lijf gaat met een 'groote spanzaag'.
DOMINICUS GENIETS 1754-1787 - 1 - Beginner - 13547 - (1756-1756) - KLAI00391000097 - KLAI00391000099