Post van Weldadigheid

Bent u één van die miljoen Nederlanders die een voorouder heeft in de Koloniën van Weldadigheid? Veel nazaten gaan op zoek naar het lief en leed van hun voorouders. Helpt u mee die gegevens vindbaar te maken?

Stand van zaken

  • 135.321 scans
  • 467 deelnemers

  • 57.429
    • 57.6% Onbruikbaar
    • 42.4% Dubbel ingevoerd
    • 42.4% Gecontroleerd
    Dubbel ingevoerd 100%
  • 57.429
    • 57.6% Onbruikbaar
    • 42.4% Dubbel ingevoerd
    • 42.4% Gecontroleerd
    Gecontroleerd 99.9%
Abdulwadûd Louws

Abdulwadûd Louws

Maria Consul en haar doodzieke "onechte" kind

"Onechte" kinderen. Zo heetten kinderen die vroeger buiten het huwelijk werden geboren. Je zal vast één of meerdere van zulke kinderen zijn tegengekomen tijdens het indexeren. Persoonlijk stemt het mij droevig deze kinderen als "onecht" beschreven te zien, maar dan herpak ik mij en denk ik "Soit, zo was dat vroeger nu eenmaal." Wat mij pas ècht pijn doet is wanneer ik lees wat voor een gevolgen deze "onechtheid" kan hebben voor moeder en kind.

In onderstaande smeekbede vol taalfouten en zonder interpunctie smeekt een moeder genaamd Maria Consul de "WelEd. Gestr. Heer" van de Permanente Commissie om hereniging met haar doodzieke kind. Helaas, het betreft hier een onecht kind, dus "de moeder verdient geene toegevendheid. – dus afwyzen” zo luidt een mededeling, geschreven in potlood onderaan deze smeekbede.

 

 

MMDA02_PM_DRE001000487_0237, MMDA02_PM_DRE001000487

Bovenaan deze brief staan in pen twee korte notities: “MK nov 47” en “10 November 1847 No. 1”

“Veenhuizen den 21 October 1847

“WelEd. Gestr. Heer met de grootste droefhijd neem ik mijn toevlugt tot Uw als een verzorgende Vader neem ik Uw in myn Arme daar ik weder? een week of 13 myn kind hep over moette geven aan het Eerste gesticht daar zy gedurende die geheelle tydt noch geen gezondt Uur gehadt heeft daar ik haar aanschouwt van een hymziekte? te zulle moette ver lieze nu WelEd. Gestr. Heer waare myn smeekende beede als het eenigzins moogentlyk was om myn lieve kind dat ik zoo teer lief hep myn in myn Arme terug te schenken Ja WelEd. Gestr. Heer op myn bloote knieje wilde ik voor Uw ter Aarde needer valle als ik by Uw deeze ge nade verkryge kon om myn lieve kind teruch te kryge dan noemde ik myn een gelukkige Moeder hoopende dat Uw WelEde het myn dit verzoek niet kwalyk mag neemen ik blijf met alle achtig Uw WelEde Dienarese

“Maria Consul

“Majoor Gusstav in zaal 9 Collonie” [is dat een soort ‘adres’?]

Onder deze smeekbede staat het volgende in potlood geschreven:

“Het bedoelde is eene van twee onechte kinderen: de moeder verdient geene toegevendheid. – dus afwyzen

  • Wil Schackmann

    Wil Schackmann

    Dat is een vreselijke zoekpartij, Abdulwadud!!

    Bemoeilijkt omdat de 'als wees verpleegde bedelaarskinderen' nergens als zodanig geregistreerd zijn. Ik geloof nu dat ik Maria te pakken heb, maar volledige zekerheid heb ik nog niet en dit is alleen even om te laten weten dat ik er mee bezig ben. Uitsluitsel volgt hopelijk snel!

    Hartelijke groet,

    Wil

  • Wil Schackmann

    Wil Schackmann

    Laatst bijgewerkt op: 

    Alleenstaande moeders vormen een aanzienlijk onderdeel van de bedelaarspopulatie. Deels zwanger geraakte ongetrouwde meisjes, deels weduwen met kinderen. Voor de armoede en het afglijden tot een bedelaarsgesticht maakt het niet uit tot welk van de twee je behoort, het weduwenpensioen is nog niet uitgevonden en een gezin zonder mannelijke kostwinner heeft altijd een groot probleem. Het scheelt wel in status, weduwen staan in hoger aanzien. Het wordt er ook altijd bijgezegd, 'weduwe van ...'. Ze hebben goede kans dat ze met hun kinderen een bedelaarshuisgezinwoninkje aan de buitenkant van het gesticht krijgen. Ongehuwde meisjes die een kind 'in onecht' hebben gekregen krijgen zelden zo'n huisje. En ze worden door de leiding met de nek aangekeken, zoals Abdulwadûd in bovenstaande fraai illustreert.

    Maria Consul behoort tot allebei de soorten. Maria, soms ingeschreven als Marie, is drie keer in de bedelaarsgestichten geweest en ze komt uit Rotterdam. Daar is ze geboren en het is die stad die haar tot drie maal toe bij het gesticht aflevert.

    De eerste keer komt ze binnen in februari 1839. Ze is dan 25 jaar, is 1.45 meter lang, heeft een 'ovaal aangezigt', bruin haar en blauwe ogen. Ze is in gezelschap van twee kinderen. Jeanetta Maria Consul is viereneenhalf jaar oud en Maria Anna Consul is bijna twee jaar, maar veel ouder zal die laatste niet worden: ze overlijdt na twee maanden bedelaarsgesticht.

    Omdat de kinderen van achteren Consul heten, veronderstelde ik dat ze onecht zijn. Maar nu wat opvallends: terwijl Maria als gereformeerd wordt ingeschreven, wordt bij allebei de kinderen genoteerd 'Lutersch'. Dat is typisch. Daar leid ik uit af dat de vader bekend is. Voor mij aanleiding om wiewaswie.nl er eens bij te pakken. En wat zie ik? De kinderen heten helemaal niet Consul, het moet zijn Jeanetta Maria Lourens en Maria Adria Lourens, kinderen van Bartel Lourens en Maria Consul, die keurig in de echt verbonden zijn geweest. Ik denk dat meneer Lourens inmiddels is overleden.

    Goed, het is een kort verblijf, na een jaar worden Maria en dochter Jeanetta Maria vrijgelaten. Dat is maart 1840 en het duurt tot december 1842 eer ze opnieuw ingenomen wordt. Vergezeld van de eerder genoemde Jeanetta Maria Consul, inmiddels zeven jaar oud. En ze heeft er in de tussentijd een kind bijgekregen: Cornelia Consul is één jaar oud. Allebei de kinderen, dus ook de eerder als luthers opgevoerde Jeanetta Maria, worden als gereformeerd ingeschreven. Dit keer duurt het verblijf langer: na een dikke twee jaar, februari 1845, wordt ze ontslagen en verlaat ze met die twee kinderen de etablissementen.

    Om er in december van dat jaar alweer terug te keren. Ze is erin geslaagd om in die korte periode weer een kind te krijgen. Naast de al genoemde Jeanetta Maria Consul die eigenlijk Lourens heet en Cornelia Consul heeft ze bij zich de anderhalve maand oude Johannes Consul. En tijdens deze opname schrijft ze de hierboven weergegeven brief. Blijkbaar is de permanente commissie (die de potloodaatekeningen gemaakt heeft) goed geïnformeerd, want inderdaad gaat het over twee onechte kinderen.

    Ook al heeft Marie het over 'zij' en 'haar', toch denk ik dat het Johannes is die haar is afgenomen en die ze graag terug wil. En ze heeft de gezondheidstoestand goed ingeschat, want Johannes overlijdt 9 november 1847, dus 19 dagen nadat ze haar brief schrijft.

     Ik heb verder maar heel eventjes gezocht, maar ik zie wel dat dochter Jeanetta Maria tachtig jaar oud zal worden, zie hier.

    Hartelijke groet,

    Wil

  • Michel Doortmont

    Michel Doortmont

    Laatst bijgewerkt op: 

    Hoi Wil,

    Mooie analyse weer van een lastige zaak. Ik heb zelf maar weer eens mijn eigen familie opgepakt (een andere als de vorige die wij bespraken), die zeer lijkt op het voorbeeld hierboven. Nog niet het archief ingedoken, maar loop al tegen een aantal muren op voor ik in Assen ben.

    Het betreft ongehuwde moeder Anna Wilhelmina Heggelman (Schiedam 1801 - Veenhuizen 2 1856), die in 1855 met 12-jarige dochter Johanna Heggelman door Schiedam naar Veenhuizen gestuurd wordt. Moeder overlijdt binnen een jaar, naar ik aanneem aan de cholera-epidemie van dat jaar. Dochter Johanna duikt in 1866 op in Amsterdam, waar eigen 'onecht' kind geboren wordt.

    Eerste probleem is dat er alleen een overlijdensakte is uit Norg, waarin aangegeven wordt dat Anna Wilhelmina woonachtig is te Schiedam (waar de akte ook ingeschreven wordt) en niet te Veenhuizen. En inderdaad: bevolkingsregister Norg voor Veenhuizen 2 noemt moeder en dochter niet. Vervolgens verdwijnt dochter als wees dus 10 jaar uit openbare administratie en ik heb geen idee waar ze in Veenhuizen zit. Enige link is dat zij in 1886 in Amsterdam trouwt met een zoon uit een militair-kolonistengezin, C.G. Hoefsmit. Die zal zij in Veenhuizen gekend hebben. Hij erkent en passant ook een aantal kinderen van Johanna (ze heeft er inmiddels zes zonder vader). Gezien tijdlijn zou hij de biologische vader van de oudste kunnen zijn, verwekt in Veenhuizen, hoewel de man toen nog erg jong was. Voor de andere kinderen is het een apart verhaal, dat hier niet ter zake doende is. Ik vind Johanna in ieder geval niet in het bevolkingsregister van Norg onder het gezin van Johannes Simon Hoefsmit

    Vragen: Kwam het meer voor dat de bedelaarskolonisten ingeschreven bleven bij de gemeente van herkomst? Zo ja, had dat ook gevolgen voor de registratie in de administratie van de Koloniën? Wat kan er - als meest voor de hand liggende administratieve optie - gebeurd zijn met dochter Johanna tussen 1856 en 1866?

    Alle advies welkom. Ik ga zelf verder wel op zoek.

    P.S. In reactie op je tekst over de status van weduwen en hun hoger aanzien en zo: In de overlijdensakte van Anna Wilhelmina Heggelman uit 1856 wordt zij vermeld als weduwe van Frans Regters. Deze figuur lijkt niet te bestaan. Er is geen enkele aanwijzing dat zij ooit getrouwd was en de naam Frans Regters is niet te koppelen aan een potentiële echtgenoot, komt zelfs slechts sporadisch voor (ook in andere spellingsvarianten). Verzonnen echtgenoot voor hogere status?