Amsterdamse doodsoorzaken 1854 – 1940

Wilt u ook weten waar al die Amsterdammers in de negentiende eeuw precies aan dood gingen? Help ons mee de Amsterdamse doodsoorzakenregisters te indexeren!

Stand van zaken

  • 21.581 scans
  • 789 deelnemers

  • 20.383
    • 5.6% Onbruikbaar
    • 94.4% Dubbel ingevoerd
    • 94.4% Gecontroleerd
    Dubbel ingevoerd 100%
  • 20.383
    • 5.6% Onbruikbaar
    • 94.4% Dubbel ingevoerd
    • 94.4% Gecontroleerd
    Gecontroleerd 100%
Meedoen aan dit project
 
Fred Geukes Foppen

Fred Geukes Foppen

Kindermoord

Laatst bijgewerkt op: 

Driedubbele moord in de Wormerveerstraat

Een man vermoordt zijn vrouw en zijn beide kleine kinderen

Fred Foppen

Amsterdam, maandag 2 februari 1925. De buurman rook een gaslucht en hij had de kinderen van Van Dam al een paar dagen niet buiten gezien. De buurman vond dit vreemd en hij besloot om de agenten van het bureau aan de Spaarndammerstraat  te vragen om toch maar eens te gaan kijken in de Wormerveerstraat 11 driehoog A.

Commissaris Marcus ging met een paar agenten naar het adres. Ze moesten de deur intrappen, want de deur werd niet opengedaan, ook niet na herhaald bellen. In de keuken zat de 42-jarige Harme Hendrik van Dam, zoals de agenten later zeiden, apathisch voor zich uit te staren. Hij reageerde niet. Op hun vraag waar zijn vrouw was zei hij niets, hij wees alleen naar de voorkamer. De vrouw van Van Dam, Lucia T. van den Goorbergh, lag daar op de grond. Dood. In het kinderledikantje lag hun tweejarige dochtertje, Louise, dood. Op de vraag waar hun andere dochtertje was, wees Van Dam met zijn hoofd naar de zoldertrap. Daar op zolder lag hun zevenjarige dochtertje, Magdalena T. H., dood. Het was duidelijk voor de agenten, alle drie waren gewurgd.

Honderden mensen stonden op straat in de Wormerveerstraat, toen de agenten Van Dam geboeid meenamen naar het politiebureau. Daar vertelde hij dat hij vaak ruzie had met zijn vrouw. Op donderdag 29 januari had hij weer ruzie gehad. De moeder van zijn vrouw was ziek, zijn vrouw wilde haar moeder helpen, maar Van Dam vond dat zij daardoor slecht voor hun twee kleine kinderen en ook voor hem zorgde. Toen hij donderdagochtend om half elf thuis kwam, nadat hij als werkloze weer was gaan stempelen bij het Burgelijke Armbestuur, lag zijn vrouw nog in bed. Van Dam was heel boos geworden en tijdens de woordenwisseling had zijn vrouw hem geslagen, waarna  hij haar keel had dichtgeknepen om van haar geschreeuw af te zijn. 

Hij vertelde de agenten ook dat hij toen uit pure wanhoop had besloten om zichzelf en zijn beide kinderen te doden, want hij zou zeker in het gevang terechtkomen en hun beide kinderen zouden dan in een tehuis worden geplaatst. Van Dam schreef een afscheidsbrief, die de agenten in de keuken hadden gevonden, waarin hij aan zijn broer uitlegde dat hij zijn kinderen dit niet wilde aandoen. Op zaterdag probeerde Van Dam zijn kinderen en zichzelf met gas te doden, hij deed een paar muntjes in de gasmeter, maar de gasmunten waren snel op en er was niet genoeg gas gekomen om hen te doen stikken. Toen besloot Van Dam om zijn kinderen te doden. Dat had hij op zondag 1 februari gedaan en wat er daarna was gebeurd totdat de politie op maandagmiddag het huis binnenstormde wist hij niet meer. De publieke belangstelling was groot, de kranten schreven lange verhalen over deze drie moorden. Hun commentaren waren behoorlijk gekleurd, de Locomotief had het over Van Dam als de werkloze teringlijder, dronkaard, die vrouw en kinderen mishandelde.

Op 21 september 1925 moest Harme Hendrik van Dam terechtstaan voor de Buitengewone Kamer van de Rechtbank in Amsterdam. De Officier van Justitie beschuldigde Van Dam van drievoudige moord. De president van de Rechtbank vroeg Van Dam naar zijn gezinsleven. Van Dam was al twee keer eerder getrouwd geweest, met Marina G. Schermer van 1905 tot 1910. Dat huwelijk was geëindigd in een vechtscheiding, want zijn toenmalige vrouw beschuldigde Van Dam ervan dat hij een dronkaard was. Daarna was hij in 1918 getrouwd met Magdalena M. Kosten, naar zijn zeggen een gelukkig huwelijk tot haar overlijden aan tbc in 1921. In 1922 was hij getrouwd met Lucia T. van den Goorbergh. Een zwager van Van Dam vertelde dat Harme in zijn jeugd een kalme, vroolijke jongen was geweest. Hij was goed voor beesten, verpleegde zelfs een musch. Hoe hij de gruwelheid heeft kunnen bedrijven, die in deze decadenten tijd, waarin we niet gauw opkijken, zelfs niet bij het allerontzettendste, een kreet van afschuw door de landen heeft doen opgaan, blijft een raadsel.

Van Dam raakte tijdens zijn eerste huwelijk door de schuld van zijn vrouw een goede baan kwijt. Na zijn scheiding ging hij in Duitsland werken, maar hij moest terug naar Nederland toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Tijdens een ziekenhuisopname leerde hij de verpleegster Magdalena M. Kosten kennen, met haar trouwde hij, maar zij stierf. Toen hij als spoelknecht in de lunchroom van Americain werkte leerde hij Lucia kennen, die daar ook werkte. Lucia had al een dochter Louise, die door Harme van Dam geëcht werd toen hij met Lucia trouwde. Volgens getuigen behandelde Lucia haar man slecht. Zij had een opvliegend karakter. Van Dam zou hebben gezegd dat dat hij zijn vrouw en beide kinderen zou doden, toen hij te horen kreeg dat hij misschien zou worden ontslagen als spoelknecht. De Officer van Justitie was van mening dat hier duidelijk sprake was van moord, drievoudige moord en hij eiste 20 jaar gevangenisstraf. De Rechtbank was van mening dat er geen sprake kon zijn van drievoudige moord, want Van Dam had zijn vrouw in een opwelling tijdens de echtelijke ruzie gedood. Hij werd veroordeeld tot 12 jaar gevangenisstraf.

De Officier van Justitie ging in hoger beroep tegen deze naar zijn mening te lage straf. Op 11 december 1925 behandelde het Gerechtshof in Amsterdam de zaak in hoger beroep. Volgens de procureur-generaal had Van Dam wel degelijk de bedoeling gehad om zijn vrouw en twee kinderen te doden, dus was het moord. De procureur-generaal zei wel dat de verdachte geen slecht mens was, hoewel hij aan de drank was. Hij vond dat levenslang een te zware straf was en daarom eiste hij 20 jaar gevangenisstraf. De advocaat van Van Dam vroeg clementie aan het Gerechtshof. Van Dam had de dood van zijn tweede vrouw nooit kunnen verwerken. Hij was met Lucia getrouwd, omdat hij niet alleen wilde zijn. Zijn derde vrouw kwam uit een ongunstig milieu. Zij was lui, moeilijk, haatdragend. Lucia had Harme die hele dag uitgescholden, todat hij haar bij de keel greep. Toen hij niets meer hoorde, bleek dat hij haar had gedood. In paniek wilde hij toen zijn beide kinderen en zichzelf doden. Volgens de advocaat was er dus geen sprake van moord of doodslag, maar van mishandeling met dodelijke afloop. De advocaat noemde het een wanhoopsdaad. 

Het vonnis in hoger beroep was 12 jaar gevangenisstraf. Harme H. van Dam moet rond 1935 zijn vrijgekomen. 

 

Harme Hendrik van Dam * 26 juni 1882, † 13 maart 1968

 

bronnen

Algemeen Handelsblad, 21 september 1925, p. 1; 11 december 1925, p. 14; 24 december 1925, p. 2,

De Locomotief, 4 februari 1925, p. 1,

Het Vaderland, 11 december 1925, p. 10

Het Volk, 2 februari 1925, p. 7,

Nieuwe Apeldoornsche Courant, 3 oktober 1925, p. 5,

BSDA 00204000027, 00204000030; overlijdensakten 709, 711, 713 van 4 februari 1925

 

  • Loes Ero

    Loes Ero

    Klinkt wel heel triest .....

  • Janske

    Janske

    De andere twee moorden staan in BSDA00204000027 regel 709 en 711

    Verschrikkelijk