Post van Weldadigheid

Bent u één van die miljoen Nederlanders die een voorouder heeft in de Koloniën van Weldadigheid? Veel nazaten gaan op zoek naar het lief en leed van hun voorouders. Helpt u mee die gegevens vindbaar te maken?

Stand van zaken

  • 135.321 scans
  • 481 deelnemers

  • 57.429
    • 57.6% Onbruikbaar
    • 42.4% Dubbel ingevoerd
    • 42.4% Gecontroleerd
    Dubbel ingevoerd 100%
  • 57.429
    • 57.6% Onbruikbaar
    • 42.4% Dubbel ingevoerd
    • 42.4% Gecontroleerd
    Gecontroleerd 99.9%
Meedoen aan dit project
Klaas Leen

Klaas Leen

Betaalgedrag van de Kolonie van Weldadigheid

Zomaar een vraagje uit nieuwsgierigheid.

Reeds de nodige keren lees ik brieven van leveranciers die nog geld te goed hebben van de kolonie.

Er wordt dan niet tijdig betaald en moet er dus herinnerd worden. Soms zelfs met de mededeling dat het betreffende bedrijf het geld zodanig hard nodig heeft om het hoofd boven water te kunnen houden.

Als dit bekend is, is daar dan ook een reden voor aan te geven??

Ben erg benieuwd. 

  • Wil Schackmann

    Wil Schackmann

    Beste Klaas,

     

    Je bent niet de enige die zich hierover verwondert. Theo Zelders vroeg zich een tijd geleden ook af hoe het zat, waarop ik de Maatschappij met Griekenland vergeleek, zie https://velehanden.nl/messages/questions/bekijk/project/dre_cmw/id/32210

    Enige toevoeging: zowel de Maatschappij zelf als directeur Jan van Konijnenburg koopt alles op krediet. Nu leveren, later betalen. Van Konijnenburg schrijft (14-01-1835) dat hij bij zijn aantreden in 1829 is 'begonnen met op 3, 6, en 9 maanden aan te koopen; vervolgens zijn de termijnen van voldoening al wijder gesteld, zoodat ik thans de meeste grondstoffen, zoo als wol, hout, ijzer, linnen, leder enz. op een jaar krediet inkoop; de winkelwaren op gemiddeld 11 maanden; de levensmiddelen, zoo als aardappelen, gort, haver, rogge op 6'.

    Maar op de betaaldatum heeft hij vaak niet genoeg in kas om te voldoen. Zoals je schrijft komen diverse leveranciers daardoor in grote nood. Andere gaan er toe over om alleen nog maar tegen contante betaling te leveren. De permanente commissie in Den Haag kan ook niet voorzien in Van Konijnenburgs noden, ook al komt er vanaf 1831 regelmatig geld uit de staatsruif. Uiteindelijk heeft de Maatschappij in 1843 een schuld bij de regering van 3 1/2 miljoen en bij de buitenwereld (leveranciers, banken, geldleners) van 4 miljoen. Ik moet iedereen het investeren in de Maatschappij echt afraden.

    Hartelijke groet,

    Wil Schackmann

  • Anne Bruijne

    Anne Bruijne

    Grappig, ik vond dit juist voorkomen als "Oh toen was men ook al niet zo vlot met betalen". Het is van alle tijden dus.:-)