Miljoenen akten liggen nog begraven in het archief van de Amsterdamse Notarissen. Ga mee op ontdekkingstocht en help de geschiedenis van Amsterdam herschrijven!
De akte (een kwitantie die ik net heb toegevoegd bij mijn eerdere bericht over Aagje Deken) speelt wel een heel belangrijke rol in het leven van de schrijfster. Deze gaat over de hieronder genoemde erfenis.
Van Wikipedia;
In 1776 begon de briefwisseling tussen Aagje Deken en Betje Wolff, die toen al enige werken op haar naam had staan. In oktober van dat jaar ontmoetten zij elkaar voor het eerst. Nadat in 1777 Betjes man, dominee Wolff, overleed, trok Deken bij Wolff in. In september 1777 betrokken zij samen een huurhuisje in De Rijp, en publiceerden zij hun eerste gemeenschappelijke werk: 'Brieven'. In 1781 erfde Deken ruim 13.000 gulden en de twee gingen in het buiten 'Lommerlust' in Beverwijk wonen. Ze schreven samen nog de 'Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart', dat een groot succes werd, en de 'Historie van den heer Willem Leevend'.
Inderdaad. Op de site Recourses van het Huygens Instituut vond ik deze informatie:
Twee jaar later verscheen een bundel Stichtelyke gedichten van Agatha Deken en Maria Bosch, royaal uitgegeven met een titelgravure van Reinier Vinkeles, mogelijk bekostigd door de moeder van Maria Bosch, mogelijk ook door Dekens gefortuneerde neef Hendrik Busserus (mecenas van Vinkeles), aan wie het boek is opgedragen en die haar later een erfenis van ruim dertienduizend gulden naliet. Deken leverde het merendeel van de verzamelde verzen.