Kaperschip de Braave (1797)
PIETER LIJNDRAJER 1795-1830 - 1 - Beginner - 18589 - (1798-1798)- NOTD02486000585- NOTD02486000587
Twee bemanningsleden van het kaperschip de Braave, de 'luitenant' Harmen Ziegers Prins en de matroos Hendrik Lodewijk Apell klagen op 18 mei 1798 over hun kapitein Hendrik Meijer Ditlofsz. Een jaar eerder, in mei 1797, lagen ze met hun schip geruime tijd in een haven in Noorwegen (Luushaven, wrsch Loshavn). Namens de bemanning klaagde Harmen Ziegers Prins hierover bij de kapitein. Ze wilden uitvaren om een prijs te bemachtigen. De kapitein zei vervolgens dat hij de 'grote mast' is (dus de baas) en nietrs meer wilt horen. Hij sloot Harmen Ziegers Prins 3 a 4 dagen op. Daarna voeren ze in een p;eriode van drie weken wel eens uit, maar bleven onder de Noorse kust, hetgeen zo klagen de getuigen niet in het belang van de rederij was. Dan op een dag zagen ze een grote vloot. Harmen Ziegers Prins adviseerde de kapitein om het hazepad te kiezen. Maar de kapitein draalde om een besluit te nemen en de (Engelse) brik Albatros veroverde de Braave zonder enige tegenstand en bracht het schip (en bemanning waarschijnlijk) naar Portchester bij Porthmouth. Beide getuigen geven nog een laatste trap richting kapitein: de kapitein wilde hun het scheepsjournaal niet in laten zien om te kopiëren en vijf bemanningsleden waren gedeserteerd.
Zie ook: Dutch Privateer schooner 'Braave' (1797)