Van de Wieg tot het Graf

Drie mijlpalen in een levensweg: geboorte, huwelijk en de dood. Gemeenten houden deze gebeurtenissen al twee eeuwen nauwkeurig bij. Het Gelders Archief wil al deze levens uit de vergetelheid halen en op onze website zetten. Om dat voor elkaar te krijgen hebben we al meerdere keren de hulp van honderden bevlogen vrijwilligers ingeschakeld. Helpt u mee in onze volgende grote indexeringsslag?

Current status

  • 266.814 scans
  • 731 participants

  • 172.039
    • 18.7% Unusable
    • 64.5% Double entered
    • 64.5% Validated data
    Double entered 83.2%
  • 171.969
    • 18.7% Unusable
    • 64.5% Double entered
    • 64.5% Validated data
    Validated data 83.2%
Participate in this project

Project info

 
Ida

Ida

blekersknecht

Van de zestiende tot en met de achttiende eeuw waren er in Nederland talrijke blekerijen. Sommige daarvan vervulden een functie die inmiddels door wasserijen of thuis door de wasmachine is overgenomen: het reinigen van gebruikte, gedragen kleding. Je vond die overal in het land. Andere maakten deel uit van een tak van nijverheid. Daar werd nieuw geweven, ruw linnen schoner en witter gemaakt, om vervolgens voor eerste gebruik verhandeld te worden.

In 1830 werd door de familie Ten Cate in Eibergen een blekerij gestart die zich in de loop der jaren ontwikkelde van stoomblekerij tot textielveredelingsfabriek. In dit tijdperk ontwikkelde het thuiswerk van de wevers op de boerderij tot een industriële bezigheid.
De Belg Bouquié haalde de wevers en hun getouwen vanuit hun boerderijen naar de ‘Kastanjefabriek’ (nu het gelijknamige hotel, zie hiervoor item over de picker maker), waar ongestoord en georganiseerd aan de productie van textiel gewerkt kon worden. Hij regelde een brug over de Berkel voor de noodzakelijke verbindingen over de weg.
Daarna kwam er behoefte aan de veredeling van de stoffen, zodat de Eibergse Stoomblekerij, later de KTV, een stempel op de Eibergse geschiedenis kon drukken.

Vele honderden Eibergenaren verdienden in deze omvangrijke fabriek hun loon. Ondanks de ondergang van de textielindustrie in Twente en de Achterhoek hield de Koninklijke Textiel Veredeling (KTV) tot 2004 de deuren nog open. Toen moest men noodgedwongen sluiten.

(https://www.historischekringeibergen.nl/stoomblekerij-eibergen/ en https://www.achterhoeknieuwsborculoruurlo.nl/nieuws/cultuur/426060/schoorsteen-als-monument)

Over het beroep van blekersknecht vond ik het volgende:

Bij het bleken ging men als volgt te werk. Om het ergste vuil uit de van elders aangevoerde weefsels en spinsels te verwijderen, werd het ruwe linnen geweekt in een grote houten kuip met verdund loog. Als loog werd potas gebruikt, dat meestal via Amsterdam vanuit Scandinavië werd aangevoerd. Hierna werd het linnen gewassen, in het spoelhuis gespoeld met stromend water, buiten op het erf uitgewrongen met het wringwiel op de wringbok en vervolgens gedroogd door het uit te leggen op gras (Afb. 1). Voor het vervoer van het linnen naar de bleekvelden gebruikte men rolwagens of kruiwagens. Om te voorkomen dat het te drogen liggende linnen weg zou waaien, werd het vastgezet met houten pennen, gestoken door aan de stoffen genaaide lussen. Als het linnen droog was, ging het naar het looghuis voor een of meer loogbaden. Daarna deed men de natuurlijke kleurstof van de vezels verdwijnen door de inwerking van zonlicht en zuivere lucht tijdens het opnieuw uitleggen van de stoffen die werden behandeld. Het was dit keer belangrijk dat het linnen vochtig bleef. Blekersknechten schepten daartoe met een hoosspaan water uit de gietsloten en gooiden dat over de lappen stof. Het logen en bleken werd net zo lang herhaald tot er geen winst meer te behalen viel. Dan volgde een zuurbad met karnemelk of wei, afvalproducten van de nabijgelegen melkveebedrijven; daarmee werd zowel de stevigheid als de kleur van het linnen verbeterd. Dit 'melken' werd veelal verscheidene keren herhaald. Daarna werd het linnen gezeept, gewassen en uitgespoeld. Bij het wassen werkten de 'vrolijke blekersmeisjes' al zingend twee aan twee aan een stuk linnen. De cyclus van logen, buiten bleken, melken en wassen werd om een optimale kwaliteit linnen te krijgen, zo nodig nog een aantal malen herhaald. Na een controle op vuil of eventuele andere onvolkomenheden in de stof, vervolgde het linnen zijn weg door stijfsel- en blauwselketels. Als het lijnwaad vervolgens was uitgelekt, werd het met de hand of met het rad uitgewrongen en vervolgens naar de droogberg, 'een hooge kroft', gereden. Met de speciale droogstekken werd het linnen voorzichtig vastgezet; hoe gelijkmatiger het drogen kon, hoe beter. Het droge lijnwaad werd opgevouwen en opgerold en was daarmee klaar voor teruglevering aan de opdrachtgever. Het hele proces had dan zo'n een tot drie maanden geduurd.
Het werk op de blekerijen was arbeidsintensief; gemiddeld waren er per bedrijf 10 blekersknechts en 40 blekersmeiden aan het werk.(https://www.keesfloor.nl/wimmenum/BLEKERIJEN/index.htm)