Pasgetrouwde Pieter de Clerk is ook geen lekker dier. Zijn vrouw Jannetje heeft hij geslagen, haar goed op straat gegooid en al haar huisraad aan stukken geslagen tot en met de spiegel, die hij 'op de straat aan stukke smeet en op de strucken gong staan dansen'. Aldus de buren in de Diamantsteeg, die bovendien verklaren dat Pieter het al na zes weken gezien had met Jannetje en het nu met ene Aaltje Pieters houdt, 'sijnde een oppasser in het sijde winthuijs', met wie hij al twee kinderen zou hebben.
Drie jaar na haar trouwen gaat Jannetje met buurvrouw Stijntje op onderzoek uit. Ze vragen Aaltje Pieters of ze 'ook eenige conversatie' met Pieter heeft gehad, waarop Aaltje 'rondborstig' antwoordt: Ja, en 'dat sij bij hem in de craam moest'. Ze had Pieter 'moeten aanmanen' om met haar te trouwen, niet beter wetende dat hij ongehuwd was, waarop Pieter 'ten antwoord gaf dat hij een blok aan 't been hadde'. Op Aaltjes vraag 'wat sulxs voor een blok was' heeft hij 'bekent ofte beleeden dat hij een vrouw hadde, maar dat hij egter 't kint waar van sij soude verlossen, indien 't een soon was wel wilde onderhouden, dog soo het een dogter was niet'.
Het kind, een meisje is bij Pieters moeder Femmitje ondergebracht, die over haar zoon en Aaltje Pieters zegt: 'Sij sijn heel wel gepaart, sij leeven heel wel met malkanderen' en is naar haar genoemd.
JAN FREEMAN 1716-1758 - 1 - Beginner - 9051 - (1722-1722) - NOTU00156000286 - NOTU00156000289