Dagboeken van schrijvers

Het Literatuurmuseum vraagt enthousiaste invoerders om dagboeken te transcriberen van drie verschillende schrijvers: Lodewijk van Deyssel, Henri van Booven en J. Greshoff.

Stand van zaken

  • 11.124 scans
  • 200 deelnemers

  • 474
    • 0.2% Onbruikbaar
    • 4.3% Ingevoerd
    • 4.2% Gecontroleerd
    Ingevoerd 4.5%
  • 465
    • 0.2% Onbruikbaar
    • 4.3% Ingevoerd
    • 4.2% Gecontroleerd
    Gecontroleerd 4.4%
Meedoen aan dit project

Krijg toegang tot het gedachtegoed van een schrijver, neem een inkijkje in een bijzonder leven. Het Literatuurmuseum zoekt enthousiaste vrijwilligers om schrijversdagboeken te ontcijferen en over te tikken. Zeer gevarieerde dagboeken van drie heel verschillende personen:  Lodewijk van Deyssel, Henri van Booven en J. Greshoff.

De excentrieke Lodewijk van Deyssel, pseudoniem van K.J.L. Alberdingk Thijm (1864–1952),was afkomstig uit een katholieke patriciërsfamilie uit Amsterdam, de beroemde architect Pierre Cuypers was zijn oom. Hij debuteerde in 1887 met de ophefmakende roman Een liefde en was een van de oprichters van het roemrucht jongerentijdschrift De Nieuwe Gids. Zijn hele leven wijdde hij aan de letteren. Vanaf zijn zeventiende jaar tot zijn dood hield hij dagboeken bij. Vol openhartige aantekeningen over het alledaagse leven, over kunst en literatuur, over politiek en nog veel meer.

Henri van Booven (1877–1964) was journalist en schrijver. Hij deed aan cricket en rugby en propageerde deze sporten. Meer dan dertig jaar lang was hij medewerker van de Nieuwe Rotterdamsche Courant waarin hij reisbrieven en artikelen over beeldende kunst publiceerde. Zijn bekendste roman is Tropenwee (1904). Tijdens de Eerste Wereldoorlog registreerde Van Booven in zijn dagboek over de ontwikkelingen aan het front en noteerde hij de invloed die de oorlog op zijn persoonlijk leven had.

J. Greshoff (1888–1971) was een vooraanstaand journalist, criticus en dichter. Een groot deel van zijn leven bracht hij door in België en Zuid-Afrika. Als journalist was Greshoff  onder  meer voorbonden aan het Dagblad van Zuid-Holland en ’s GravenhageDe Telegraaf en de Nieuwe Arnhemsche Courant. Hij debuteerde in 1909 met de dichtbundel Lumen. Zijn dagboeken bevatten vele aantekeningen over het literaire leven en over vriendschap met schrijvers als A. Roland Holst, J.C. Bloem en Willem Elsschot.

Bij elkaar gaat het in het project ‘Dagboeken van schrijvers’ om ruim 21.000 gescande pagina’s. Ze worden een voor een getranscribeerd. Daarnaast vragen we u het onderwerp, het paginanummer en de datum te noteren, bijzondere vondsten kunt u markeren. Hierdoor kan het Literatuurmuseum de dagboeken online ontsluiten en op alle mogelijke onderwerpen doorzoekbaar maken.

Alle dagboeken maken deel uit van de collectie van het Literatuurmuseum in Den Haag. In het archief van het museum zijn bijna alle Nederlandse schrijvers en illustratoren vertegenwoordigd,  met manuscripten, brieven, kinderboekenillustraties, geschilderde en getekende portretten, foto’s en vele andere unieke documenten en voorwerpen.

Als dank voor het transcriberen nodigt het Literatuurmuseum een aantal maal gedurende de looptijd van het project een aantal vrijwilligers uit voor een bezoek met rondleiding door het museum.