In actie voor het christelijk onderwijs! Project Volkspetitionnement 1878

In 1878 zetten ruim 300.000 protestantse en 160.000 katholieke Nederlanders hun handtekening onder een verzoekschrift om ruimte te houden voor het bijzondere, christelijke, onderwijs. Nu, bijna 140 jaar later, onderzoeken historici van de Vrije Universiteit in Amsterdam en de Radboud Universiteit te Nijmegen de lijsten met ondertekenaars.

Stand van zaken

  • 14.322 scans
  • 259 deelnemers

  • 8.924
    • 8.6% Onbruikbaar
    • 62.3% Dubbel ingevoerd
    • 43% Gecontroleerd
    Dubbel ingevoerd 70.9%
  • 6.158
    • 8.6% Onbruikbaar
    • 62.3% Dubbel ingevoerd
    • 43% Gecontroleerd
    Gecontroleerd 51.5%
Meedoen aan dit project

De zomer van 1878 stond bol van protest. Duizenden Nederlanders, afkomstig uit diverse religieuze en sociale lagen, plaatsten hun handtekeningen onder petities aan Tweede Kamer, Eerste Kamer en de Koning. In het collectieve geheugen leeft de petitiebeweging voort als het Volkspetitionnement van 1878. Centraal thema was de financiële positie van het bijzondere, confessioneel-gebonden lagere onderwijs. Ruim 305.000 protestanten en 164.000 katholieken plaatsten hun handtekeningen, de katholieken zelfs driemaal. In dit project worden de namen en woonplaatsen van de ondertekenaars uit 1878 gedigitaliseerd en via een interactieve website gepresenteerd. Lever een bijdrage aan het onderzoek van historici aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en de Radboud Universiteit Nijmegen en doe mee aan dit project!

Historische achtergrond van het Volkspetitionnement

Het Volkspetitionnement van 1878 staat in de lange geschiedenis van de Nederlandse strijd rond het openbaar en bijzonder lager onderwijs. In 1877 draaiden de parlementaire verkiezingen grotendeels rond het Nederlandse onderwijsbeleid. De liberalen wonnen de verkiezingen nipt, waarna minister Johannes Kappeyne van de Coppello een concept voor een nieuwe onderwijswet indiende. Hierin werd bepaald dat het openbare onderwijs strikt neutraal moest zijn. De leerlingen moesten wel worden opgevoed in ‘alle Christelijke deugden’, maar voor godsdienstonderwijs van kerkelijke zijde was geen plaats. Verder werden er allerlei eisen aan schoolgebouwen en lesniveau gesteld. Dertig procent van de kosten zou door het rijk worden betaald, de rest door de gemeenten. In het geval van de bijzondere scholen moest deze 70 procent door de ouders zelf worden opgebracht.

Deze wet, die vanwege de verhoudingen in het parlement zeker zou worden aangenomen, was een tegenslag voor orthodoxe protestanten en katholieken. Protestanten hadden al jaren, vanaf 1857, gepleit voor christelijk basisonderwijs. In het Antischoolwetverbond en later in de Vereeniging voor Christelijk Nationaal Onderwijs was gestreden voor een expliciet christelijke school. In maart 1878 werd het nieuwe concept van de onderwijswet bekend. Kuyper reageerde hierop door voorbereidingen te treffen voor een brede petitie onder het volk. Hij wilde uit ‘gewetensnood’ een kreet uiten aan het adres van de koning. Het christelijke volk riep als het ware de Oranjevorst te hulp om de politieke en financiële erkenning van het christelijk onderwijs mogelijk te maken.

Vanuit katholieke hoek werden de acties van protestantse zijde nauwlettend gevolgd, zo blijkt uit vele verslagen en berichten in het dagblad De Tijd. Op 4 mei verscheen het bericht over de druk bezochte vergadering Vereeniging voor Christelijk Nationaal Schoolonderwijs in Utrecht.  Later in de maand mei wordt bericht dat de commissie voor het Volkspetitionnement een circulaire heeft verzonden aan alle hervormde, gereformeerde en lutherse kerkenraden met de oproep om deel te nemen aan de petitie én ‘de localiteit van hun kerkgebouwen en vertrekken voor de uitvoering van het petitionnement beschikbaar te stellen’. En op 6 juni 1878 wordt uitgebreid de instructie die de voorbereidingscommissie voor de protestantse petitie had opgesteld weergegeven in De Tijd. Om te illustreren hoe grondig de commissie in het werk ging werd zelfs een deel van de instructies letterlijk overgenomen. 

Op 17 juni, dus nog vóórdat de protestantse petitie getekend was, werd een katholieke petitie uitgeschreven die ter ondertekening aan alle katholieke hoofden van huisgezinnen moest worden ondertekend. De petitie was gericht aan de Tweede Kamer. Meteen bij deze eerste aankondiging wordt gemeld dat, wanneer de Tweede Kamer niet luistert naar de wens van de petitionarissen, er een adres naar de Eerste Kamer zal worden verzonden. Mocht dat óók niet baten, dan zou een adres naar de Koning het laatste middel zijn. Uiteindelijk haalden de katholieke petitie ana de Tweede Kamer 148.000 handtekeningen, die aan de Eerste Kamer bijna 168.000 en aan de Koning werden op 8 augustus 1878 164.000 katholieke handtekeningen naar de Tweede Kamer verzonden.

De organisatie van het protestantse petitionnement was een geoliede machine. In enkele maanden tijd slaagde Kuyper erin om via kerkenraden, dag- en weekbladen, bidstonden en strooibiljetten het orthodox-protestantse volksdeel te mobiliseren. In de week van 20 juli 1878 ondertekenden ruim 305.000 protestanten het petitionnement. Via plaatselijke Comités en contactpersonen van Kuyper werd een zo breed mogelijk volksdeel aangesproken.

Uiteindelijk werden de lijsten met protestantse handtekeningen op 3 augustus 1878 door een delegatie van 22 adellijke personen aan koning Willem II aangeboden. Ondanks de hartelijke woorden die de koning sprak tegen de delegatie, tekende hij op 17 augustus de onderwijswet. Hoewel een andere uitkomst nauwelijks denkbaar was, betekende dit een zware klap voor ondertekenaars van de petitie. Niet de koning kreeg de schuld, maar zijn raadgevers. Het Volkspetitionnement was niet tevergeefs, want het gaf stem aan 305.000 protestantse en 164.000 katholieke Nederlanders die door het beperkte kiesrecht, geen invloed hadden in de Nederlandse politiek. Welke bevolkingsgroepen er precies achter deze democratische actie schuilging, hoopt het onderzoeksteam door middel van de digitalisering van de handtekeningen scherper in beeld te krijgen.

Informatie bron

In dit project zijn allereerst de originele lijsten met protestantse handtekeningen, gesorteerd per provincie, gedigitaliseerd. In 1878 zijn deze door een delegatie protestantse heren onder leiding van Jhr. Mr. P.J. Elout van Soeterwoude aangeboden aan Koning Willem III. In het archief van het Kabinet des Konings, aanwezig in het Nationaal Archief, zijn de originele banden ondergebracht. Inventarisnummers 4482 tot 4502 vormen samen het ‘Smeekschrift aan de Koning om een school met de Bijbel, met een memorie van toelichting en lijsten met handtekeningen’. Naast het smeekschrift met memorie van toelichting zijn de handtekeningen van de kerkenraden van de Nederlands Hervormde Kerk, de Christelijk Gereformeerde Kerk, de Evangelisch Lutherschen, Corporatiën en lijsten handtekeningen gesorteerd op provincie aanwezig in het archief.

De lijsten handtekeningen zijn ingebonden in boekwerken. Jarenlang hebben genealogen deze schat aan informatie grondig geraadpleegd, waardoor er ernstige slijtage is ontstaan. Daarom zijn ze door het Nationaal Archief gedigitaliseerd. Via deze Vele Handen-pagina wil het onderzoeksteam Volkspetitionnement 1878 een database van de handtekeningen creëren.

De katholieke handtekeningen zijn aanwezig in hetzelfde Archief van het Kabinet des Konings in Den Haag, te vinden onder inventarisnummers 4541-4547. Deze lijsten zijn, in tegenstelling tot de protestantse bron, minder strak georganiseerd en niet allen hetzelfde. Wél zijn de gegevens globaal hetzelfde ingevoerd, zodat gelijke invoer en vergelijking mogelijk wordt.


Doel project

Dit Vele Handen-project is ingebed in een groter onderzoeksproject, gedragen door historici van de Vrije Universiteit en de Radboud Universiteit te Nijmegen. Het project beoogt de totstandkoming van de digitalisering van de handtekeningen van het Volkspetitionnement, een databases met de handtekeningen, die verrijkt wordt met bestaande genealogische informatie en de presentatie van deze gegevens via een publiekswebsite en enkele publicaties.

Vanuit deze database kunnen nieuwe antwoorden ezocht worden op vragen rond de ontwikkeling van de orthodox-protestantse én de katholieke bevolkingsgroep van Nederland. Tot voorheen was er weinig systematisch bekend over de ondertekenaars van het petitionnement van 1878, en konden er ook weinig steekhoudende uitspraken worden gedaan over de invloed van het petitionnement op latere organisaties op religieuze basis. Het brede project VP1878 beoogt nieuwe inzichten te bieden in de ontwikkelingen van de orthodoxie in Nederland en hun organisaties.

De resultaten van dit VeleHanden-project zullen worden gepresenteerd op de interactieve website www.vp1878.nl. Via deze website kunnen geïnteresseerden het Volkspetitionnement doorzoeken, allerlei verbanden ontdekken en informatie toevoegen aan de bestaande data. Dit is een belangrijke pijler voor het wetenschappelijke onderzoek naar het petitionnement. Door een rijke database van genealogische informatie wordt diepgaand onderzoek mogelijk. Graag nodigen wij u uit om uw bijdrage te leveren aan dit onderzoek!