Post van Weldadigheid

Bent u één van die miljoen Nederlanders die een voorouder heeft in de Koloniën van Weldadigheid? Veel nazaten gaan op zoek naar het lief en leed van hun voorouders. Helpt u mee die gegevens vindbaar te maken?

Stand van zaken

  • 135.321 scans
  • 481 deelnemers

  • 57.429
    • 57.6% Onbruikbaar
    • 42.4% Dubbel ingevoerd
    • 42.4% Gecontroleerd
    Dubbel ingevoerd 100%
  • 57.429
    • 57.6% Onbruikbaar
    • 42.4% Dubbel ingevoerd
    • 42.4% Gecontroleerd
    Gecontroleerd 99.9%
Meedoen aan dit project
Wil Schackmann

Wil Schackmann

Kerktwist, deel 1

Laatst bijgewerkt op: 

Zowel Theo (Zelders) als Abdulwadud (Louws) attendeerden mij op stukken over een relletje rond de kerk op de Ommerschans begin 1835. Ik ben daar eens ingedoken en hier volgen mijn bevindingen, maar ik ga het eens lekker uitgebreid doen en ik denk niet dat ik het vandaag helemaal klaar krijg, dus er komt later nog een vervolgje.

Het begint met een brief van de adjunctdirecteur van de Ommerschans, Adrianus de Geus. De adjunctdirecteur is de hoogste gezagdrager ter plekke, maar ook hij mag niet rechtstreeks met de permanente commissie (= de landelijke leiding) corresponderen. Dat mag alleen via de directeur der koloniën, de bij de meeste van jullie ondertussen waarschijnlijk wel bekende Jan van Konijnenburg.

Adrianus heeft daar het volgende op gevonden: hij schrijft niet als adjunct, maar namens 'de Kerkenraad der Protestantsche Gemeente te Ommerschans', want daar zit hij ook in en dan mag het wel rechtstreeks. Het is zondag 1 februari 1835 en hij meldt dat de protestantse gemeente zich die ochtend 'te 10 1/2 uur, na dat vooraf de bel geluid heeft, naar de kerk heeft begeven'. Maar daar is de katholieke mis nog bezig en nadat de gemeente 'ruim 1/4 uur in koude en guur weder buiten de kerk had gestaan', keert ze onverrichterzake maar weer terug naar het gesticht.

Volgens De Geus zijn de katholieken tot tien minuten voor elf doorgegaan. 's Middags vindt er iets soortgelijks plaats als de protestanten zich om half drie voor de kerk hebben verzameld, met dat verschil dat de katholieke mis om kwart voor drie is beëindigd en de protestanten dan alsnog hun kerkdienst kunnen houden.

Bij die tijdstippen van half elf en half drie verwijst De Geus naar een besluit van de permanente commissie van 13 augustus 1834, waarbij die tijden zijn vastgesteld als moment dat katholieken de kerk moeten verlaten en protestanten erin mogen. Dat besluit zal er niet zomaar gekomen zijn. Daar moet een aanleiding voor zijn geweest, dus er was vast en zeker al eerder gedonder rond de kerk.

Het gebouw waar het om gaat zouden we tegenwoordig waarschijnlijk een 'multifunctioneel centrum' noemen. Doordeweeks dient het als school en op zondag is het 'ten gebruike der gereformeerde en roomsch Katholieke gemeente'. Om al die functies achter elkaar uit te oefenen en dus van school in protestantse kerk in katholieke kerk in school veranderd te worden, moet er de hele tijd druk met attributen heen en weer gesleept worden. Volgens een latere pastoor die de geschiedenis van de parochie beschrijft (Historisch Centrum Overijssel, toegang 337, invnr 22) leidt dat tot hilarische sleeppartijen.

Het gebouw staat op een wal van de Ommerschans en het is bij de brandwaarborgverzekering (Drents Archief, toegang 0186, invnrs 1295-1296) drieduizend gulden waard, inclusief de 'daarin staande banken, tafels, predikstoel en altaar'. En volgens mij is het dit gebouw op het plaatje (met links een stukje van het gesticht):

 


De antagonist van De Geus is kapelaan Antonius Tempelman en die heeft ook een trucje bedacht om zich rechtstreeks tot de permanente commissie te kunnen wenden: hij moet zijn jaarverslag over 1834 nog inleveren. Zowel de protestantse als de katholieke voorgangers op de kolonie worden bekostigd uit de staatskas en dat gaat via koninklijke besluiten van koning Willem I en in die besluiten heeft zijne majesteit de verplichting opgenomen elk jaar een verslag bij de Maatschappij in te leveren.

In zijn op maandag 2 februari geschreven 'verslag aan de HoogEdeleGestrenge Heeren leden van de Permanente Commissie der Maatschappij van Weldadigheid omtrent den godsdienstigen en zedelijken toestand der R.K. Gemeente in de kolonie Ommerschans over het jaar 1834' raffelt Tempelman eerst snel de gebruikelijke zaken af. De R.K. gemeente bestaat uit zo'n 300 a 350 zielen, het vorige jaar hebben 23 hun eerste communie gedaan, de openbare godsdienstoefeningen worden goed bijgewoond.

Om dan het vuur te openen op de directie. Die toont zich regelmatig 'hatelijk of onverdraagzaam omtrent de R.K. Godsdienst'. Neem nu het 'ergerlijk toneel' van 'gisteren, zondag den 1 februarij'. Toen liet de directie de klok luiden 'meer dan twintig minuten vroeger dan half elf uur'.

Het overvalt Tempelman. 'Ik was juist bezig de communie toe te dienen, toen de protestantsche bevolking aanrukte'. Niet alleen 'moeste ik de preek overslaan', maar de 'dienst der misse was nog in geenen deelen ten einde'. Hij beschouwt het als zijn plicht om, dan maar zonder preek, de dienst af te maken en toen dat gebeurd was, 'was het nog tien minuten voor half elf uur'.

Als hij merkt dat de protestanten dan al weer weggegaan zijn, is hij eerst verbaasd en dan verontrust. Hij maakt zich zorgen hoe door zo'n gebeurtenis 'de gemoederen der Protestanten en Roomsch Katholijken tegen elkanderen verbitterd moeten worden.' Hij vreest 'onderlinge verwijdering' en een einde aan de 'verdraagzamheid, welke alhier onder de bevolking als onder de ambtenaren geheerscht heeft' en hij vraagt de leiding te zorgen dat zo'n 'ergerlijk, hatelijk en schandalig voorval' niet meer plaats vindt.

Goed. Beide stukken komen dus bij de permanente commissie terecht en die had allicht iets kunnen verzinnen waardoor het allemaal nog met een sisser af had kunnen lopen, ware het niet dat De Geus het nodig vindt om een paar dagen later een briefje aan de kapelaan te schrijven waarin hij zijn kijk op de kwestie uiteenzet. Dat leidt bij Tempelman tot een driftcollaps.

De beschuldiging 'dat ik vorigen zondag de godsdienstoefening te laat heb laten uitgaan', noemt hij een aantijging 'welke niet gering mag beschouwd worden' en waarover hij 'zeer beleedigd' is en die hij verlangt 'bewezen te hebben' en zolang die bewijzen er niet zijn beschouwt hij de adjunctdirecteur als 'eene laaghartige ziel en lasteraar'. Om tot slot te dreigen met gerechtelijke stappen.

In onze 21-eeuwse oren klinkt dat allemaal niet zo heel ernstig, maar in de super beleefde negentiende eeuw kun je iemand niet zomaar een laaghartige ziel en lasteraar noemen.

Nu hebben de heren de hakken in het zand gezet. Adrianus de Geus roept de directeur der koloniën erbij en Antonius Tempelman richt zich tot de landelijke 'Directeur Generaal voor de zaken van de Roomsch Katholijke Eeredienst' en ik ga uitzoeken hoe dit verder gaat.

Wordt dus vervolgd, al weet ik nog niet wanneer. Mocht iemand toevallig nog iets hierover tegenkomen, geef dan hieronder s.v.p. het scannummer op, de laatste vier cijfers, en het batch-nummer, de vier cijfers ervoor. Dus als er linksboven staat MMDA02_PM_DRE001000170_0433, dan is dat scan 0433 van batch 0170. Dan kan ik het opvragen bij de mensen van het Drents Archief.
Samen krijgen we die godsdienstoorlog wel in kaart.

Al zullen we de vraag of de protestanten te vroeg kwamen of de katholieken te laat ophielden, waarschijnlijk nooit kunnen oplossen...

Wil Schackmann

 

  • BMH

    BMH

    Laatst bijgewerkt op: 

    ..hoe NIET stichtelijk ging het er aan toe, ondanks al die mooie spreuken op de gevels van de huisjes..!

    Dank voor het beeldende verslag, je ziet het voor je.

    Bertheke.

  • Abdulwadûd Louws

    Abdulwadûd Louws

    Laatst bijgewerkt op: 

    Hoi Wil,

    Ik vond een begeleidend schrijven* d.d. "20 October 1835" waarbij een brief van "den Heer Kapellaan A. Tempelman" zou zitten (nog niet aangetroffen) waarin staat (in dat begeleidend schrijven) dat "de klagten van Z. Ew. [...] niet ongegrond" zijn. Hopelijk kun je hier wat mee.

    Groet,

    Abdulwadûd.

    *Scan 0384 van batch 186

  • Hoppie

    Hoppie

    Hallo Wil,

    Volgens mij word in deze brief de Kerktwist weer een stukje verder "uitgevochten"

    MMDA02_PM_DRE001000185_0283

    Groetjes Hoppie

  • Abdulwadûd Louws

    Abdulwadûd Louws

    Twee geloven op één kussen...

    MMDA02_PM_DRE001000184_0131

    Scan 0131 van batch 184

    “Frederiksoord, den 8 Augustus 1835

    “Onder terug zending des briefs van Burgemeester en Wethouders der stad Dortrecht heb ik de eer, ter voldoening aan de Marginale van 3 dezer maand No. 7 te berigten, dat Cornelis van den Bosch, kreupel en onnozel zijnde, slechts gedeeltelijk voor den kolonialen arbeid geschikt kan genoemd worden, ofschoon hij anders gewillig is, en dat Christina Snijder, met wie hij een huwelijk zou willen aangaan, eene onzedelijke, trage en slordige meid is, die daarbij R.C. is, terwijl hij tot de Gereformeerden behoort, zoodat het ons voorkomt, dat die beide geen goed huwelijk of geen goed huisgezin kunnen uitmaken, waarom er alle reden bestaat, om hun verzoek niet in te willigen.

    “De Directeur der Koloniën
    “J. van Konijnenburg

    “Aan de Permanente Commissie
    der Maatschappij van Weldadigheid
    te ’s Gravenhage”

    Zou Cornelis familie van Johannes kunnen zijn?

  • Wil Schackmann

    Wil Schackmann

    Cornelis is zeker geen familie van Johannes, Abdulwadud, daarvoor is het standsverschil te groot. Maar wat een ongelooflijk staaltje bevoogding weer, he? De kreupele en onnozele kolonistenzoon Cornelis is op dit moment dertig jaar oud en de onzedelijke, slordige en trage kolonistendochter Christina is vier jaartjes jonger.

    Het doet me genoegen te kunnen vertellen dat het huwelijk met enige vertraging wel is doorgegaan. Op 20 december 1836 krijgt het echtpaar van den Bosch-Snijder een hoeve in de vrije kolonie Frederiksoord als opvolgers van de ouders van Christina. Staat Van Konijnenburg mooi in zijn hemd.

    Overigens nog dank, en ook Hoppie, voor de tips over de kerktwist. Ik ben er mee bezig, maar krijg het verhaal nog niet helemaal rond.

    Hartelijke groet,

    Wil