Post van Weldadigheid

Bent u één van die miljoen Nederlanders die een voorouder heeft in de Koloniën van Weldadigheid? Veel nazaten gaan op zoek naar het lief en leed van hun voorouders. Helpt u mee die gegevens vindbaar te maken?

Stand van zaken

  • 135.321 scans
  • 471 deelnemers

  • 57.429
    • 57.6% Onbruikbaar
    • 42.4% Dubbel ingevoerd
    • 42.4% Gecontroleerd
    Dubbel ingevoerd 100%
  • 57.429
    • 57.6% Onbruikbaar
    • 42.4% Dubbel ingevoerd
    • 42.4% Gecontroleerd
    Gecontroleerd 99.9%
Wil Schackmann

Wil Schackmann

Het tijdschrift de Vriend des Vaderlands

Laatst bijgewerkt op: 

Als in het vorige stukje over de tijdschriften van de Maatschappij van Weldadigheid gezegd, is het blad de Star in 1826 kwijnende en komt er een doorstart. Dat wordt per januari 1827 de Vriend des Vaderlands, met als ondertitel 'een tijdschrift, toegewijd aan den roem en de welvaart van Nederland en in het bijzonder aan de hulpbehoeftigen in hetzelve' en met als motto een citaat van Vondel: 'De liefde tot zijn lant is ieder aengheboren.'

Dat klinkt allemaal behoorlijk nationalistisch, maar het is goed om daarbij te bedenken dat we nog niet zo lang één staat zijn. Pas vanaf 1795 was men begonnen van al die afzonderlijke provincies en steden een natie te boetseren, dus het nationale gevoel is nog maar jong.

De nieuwe hoofdredacteur is Pieter Otto van der Chijs, afkomstig uit Delft. Hij is van jongsafaan geïnteresseerd in oude munten en het verhaal gaat dat hij op zijn zestiende al een aardige muntenverzameling heeft als hij zo gegrepen wordt door de oprichting in 1818 van de Maatschappij van Weldadigheid dat hij die verzameling verkoopt en het geld doneert.

Daarbij zal de broer van zijn moeder een belangrijke rol gespeeld hebben. Luitenant-kolonel Jan Hendrik Bagelaar is een persoonlijke vriend van Johannes van den Bosch en hij heeft aan de kolonie de ‘zware en welluidende klok met passende inscriptie’ geschonken die de kolonisten in Frederiksoord elke ochtend duidelijk maakt dat de werkdag dient te beginnen.

Pieter Otto van der Chijs blijft ook enthousiast als hij te Leiden gaat studeren, hij richt een subcommissie van weldadigheid voor studenten op die al snel vele leden telt, maar ophoudt te bestaan als er studenten worden opgenomen in het bestuur van de gewone subcommissie van weldadigheid Leiden. Als dank voor de toename van het aantal Leidse contribuanten kent de Maatschappij aan Pieter Otto het honorair lidmaatschap toe. En in 1827, hij is 24 jaar, gaat hij het nieuwe blad maken.

---

Eerst maar even hoe je bij de Vriend des Vaderlands komt. Ga naar www.delpher.nl. Linksboven zie je staan 'Doorzoek alles' en dat menuutje kun je uitklappen en dan kun je kiezen 'Tijdschriften'. Onder de balk kies je 'Uitgebreid zoeken'. Dan klik je op 'Titel tijdschrift'. En dan vul je in 'Vriend des Vaderlands'. Daarna kies je er bij het vakje 'Sorteer op' voor om ze op datum te sorteren en dan heb je ze chronologisch. Dat is op het scherm helaas niet te zien, ik had liever gehad dat ze de ondertitel hadden weggelaten zodat de nummers in beeld komen, maar je mag van mij aannemen dat de volgorde wel klopt.

Voorin zitten weer lijsten met de abonnees, 'inteekenaren', met de fine fleur van ons land. Hoogleraren, officieren, vrederechters, het 'leesgezelschap ledige uren nuttig besteed' uit Dokkum, het 'leesgezelschap Om nut te stichten, is het doel, waar we ons naar rigten' uit Groningen, enzovoort. Onze vriend Antonius Tempelman staat er ook bij en diverse employées van de Maatschappij.

---

In een bij de Star van 1826 gevoegde verklaring, die ik van googlebooks heb en bij de scans van Delpher (nog) niet heb kunnen vinden, wordt aangekondigd dat het de bedoeling is in het nieuwe blad 'meer omstandige berigten uit de kolonien te leveren'. Dat maakt Pieter Otto zegge en schrijve één jaargang waar. De nummers van 1827 zijn bijzonder interessant! Met tekeningen en beschrijvingen van de gestichten in Veenhuizen en met in het maart-nummer heel veel informatie over de veteranen.

Vreemd genoeg is de fraaie plaat van het eerste gesticht te Veenhuizen, die in nummer 12 van de Vriend des Vaderlands 1827 stond, terechtgekomen in de inhoudsopgaaf van jaargang 1829! Die was blijkbaar een keer losgehaald in het exemplaar dat ze gescand hebben. Ik bedoel dit plaatje:

 

Maar na die eerste jaargang wordt de aandacht voor de Maatschappij en de koloniën geleidelijk minder. Ook qua plaatjes: juni 1828 staat nog een (geromantiseerd) kijkje op de binnenplaats van een kindergesticht, mei 1829 het logement in Frederiksoord, april 1830 een 'Gezicht op Willemsoord' (let op hoe recht alles is) en mei 1831 het Instituut te Wateren, maar dan heb ik alle koloniale plaatjes gehad.

Ook qua tekst wordt de aandacht voor de koloniën minder. Wat er nog wel in staat vind je bij categorie IV van de inhoudsopgaven die vóór elke jaargang zitten: 'Berigten wegens den staat der Maatschappij en uit de koloniën'.

Daar wordt ondermeer verwezen naar het algemeen jaarverslag, dat elk jaar integraal wordt afgedrukt, het financieel jaarverslag en het jaarlijkse verslag over godsdienst en onderwijs. Meestal zit dat ergens rond juli/augustus. Later in het jaar, ergens rond november, volgt dan de commissie van toevoorzicht waarvan enkele leden de koloniën bezocht hebben en daarvan verslag doen. Dit is een ietsje objectievere berichtgeving, maar niet veel (ik zal een dezer weken eens iets meer doen aan die commissie, want jullie hebben tijdens het indexeren waarschijnlijk wel eens stembiljetten ervoor onder ogen gekregen).

Soms staan er losse stukken in, zoals in 1828 de weerlegging van het kritische geschrift 'Vlugtige waarnemingen', of de naamlijst van personen die belijdenis hebben gedaan (bijvoorbeeld 1828 p 158) of 'Reglement voor de scholen in de gestichten der Maatschapij van Weldadigheid' op p. 912 van 1830 of het reglement voor de subcommissies 1830 p 779. Maar het wordt allengs minder, het wordt steeds meer een algemeen blad met een sterke literaire inslag. Ook leuk, maar dan om de eerste helft van de 19e eeuw beter te begrijpen en niet zozeer om kennis over de koloniën te vergaren. Genealogisch kun je niet zo verschrikkelijk veel met de Vriend des Vaderlands, want er staan nauwelijks namen in. En de 'lijst van overledenen' brengt hooguit een bevestiging van iets dat je al wist.

Wat dan nog rest zijn de maandelijkse berichten uit de kolonie, achterin elk nummer. Geschreven door de directeur. Misschien ben je bij het indexeren zo'n stuk van Jan van Konijnenburg wel eens tegengekomen waarin hij over de kolonie in de afgelopen maand bericht, met af en toe potloodhalen van Pieter Otto van der Chijs erdoorheen. Helaas schrijft Jan van Konijnenburg allesbehalve spannend, en dat gaat ook steeds meer gelden voor de jaarverslagen die naarmate de tijd vordert steeds meer op elkaar gaan lijken.

--

Ik zal een van de volgende keren nog wat highlights uit de twee bladen op een rijtje zetten.

Wil Schackmann