Post van Weldadigheid

Bent u één van die miljoen Nederlanders die een voorouder heeft in de Koloniën van Weldadigheid? Veel nazaten gaan op zoek naar het lief en leed van hun voorouders. Helpt u mee die gegevens vindbaar te maken?

Stand van zaken

  • 135.321 scans
  • 481 deelnemers

  • 57.429
    • 57.6% Onbruikbaar
    • 42.4% Dubbel ingevoerd
    • 42.4% Gecontroleerd
    Dubbel ingevoerd 100%
  • 57.429
    • 57.6% Onbruikbaar
    • 42.4% Dubbel ingevoerd
    • 42.4% Gecontroleerd
    Gecontroleerd 99.9%
Meedoen aan dit project
Wil Schackmann

Wil Schackmann

Medische kwesties-1

Volgens de overlevering heeft de vader van Johannes van den Bosch een tijd als dokter gewerkt. En toch beschouwt Johannes bij het stichten van de koloniën de medische zorg voor kolonisten als een van de minst belangrijke onderdelen. Iets dat vooral niet te veel mag kosten. Bij zijn begrotingen voor nieuwe kolonies wordt er een salaris gereserveerd waar een beetje arts het niet voor doet.

Op de Ommerschans trekt hij f 5,70 per week uit voor een dokter, dus iets minder dan 400 gulden per jaar, en voor dat geld krijgt hij een man die zijn medische kennis geheel baseert op een periode van negen maanden waarin hij ‘bij een chirurgijn was knecht geweest’. Als de man door de ‘provintiale kommissie van geneeskundig onderzoek en toevoorzigt in Overijssel’ als onbekwaam wordt afgeserveerd, roemt Johannes hem juist als ‘een geschikt man, die zeer weinig onkosten maakt’ en pleit hij voor zijn aanblijven met de woorden: ‘Met een ander komen wij zeker niet half zo verre en kost drie maal meer.’ Degelijke oer-Hollandse zuinigheid.

In Veenhuizen blijft Johannes lang volhouden dat één arts genoeg is voor de drie gestichten. Het is eigenlijk pas tegen de tijd dat Johannes als gouverneur naar de Oost vertrekt dat de gezondheidszorg in de kolonie fatsoenlijk geregeld wordt. Maar dan is het ook echt goed, althans in vergelijking tot de rest van Nederland. Per december 1827 wordt het ziekenfonds uitgevonden. Er wordt ‘eene cent ’s weeks voor elk lid van een huisgezin’ op het loon ingehouden en dan zal de medische verzorging ‘voortaan voor gemeene rekening plaats hebben’. Dus een verplichte ziekenfondsverzekering avant la lettre. Ook de medicijnen zijn voor de deelnemers dan gratis.

Er is voortaan één arts voor de vrije koloniën, eentje voor de Ommerschans en twee voor Veenhuizen, en dankzij een betere bezoldiging - 700 à duizend gulden per jaar - treden er ook artsen met ervaring en bekwaamheid in dienst. Voorzover je althans uit de archieven kunt opmaken of iemand een goede arts is. Het blijft natuurlijk negentiende eeuw. Zoals een van de invoerders opmerkte laten veel van hun diagnoses zich lezen als een weerbericht.

‘De maand January, die met uitzondering van eenige dagen aanhoudend vorstig was met Z.O. en Ooste winden soms Z.W. en N.W. gaf ons enkelde meerdere zieken en was in het algemeen voor de ziekten der ademhalingswerktuigen minder voordeelig.’ Aldus de heel- en vroedmeester Johannes Schünlau, die van 1839 tot zijn dood in 1847 zowel arts van Veenhuizen-1 was als chef van de geneeskundige dienst in heel Veenhuizen, en die behoort tot de koloniale medici die op mij - maar wie ben ik om dat te beoordelen - wel een gunstige indruk maakt.

Het citaat is uit zijn maandelijkse geneeskundige rapport over januari 1842, gedateerd 6 februari. Zulke rapportages zijn pas in 1829, na het vertrek van Johannes ingevoerd, gelijk met de verplichting voor alle artsen om wekelijks ziekte- en sterfte rapporten in te leveren.

‘Aan het 1e Gesticht,’ vervolgt dokter Schünlau, ‘stierven eenige der reeds lang onder behandeling geweest zijnde kindertjes aan teringen.’ Bij het tweede gesticht was ‘de sterfte weinig’ en bij het derde spreekt de arts over ‘allergelukkigst’, wat zal betekenen dat er daar in januari niemand is doodgegaan.

Daarna doet hij verslag van een ‘zeer belangrijk ongeluk’ bij de ‘rogmolen’.

Maar dat komt de volgende keer, want daar moet ik eerst nog dingen over opzoeken. Voor de geïnteresseerden nog: er is een geweldige en goed leesbare studie over de gezondheidszorg in de koloniën. Geschreven door Miek Roelfsema-van der Wissel en getiteld De gezondheidszorg in de Noord-Nederlandse kolonièn van de Maatschappij van Weldadigheid tussen 1818 en 1859. Verkrijgbaar als boekje maar ook via internet in te zien of op te halen via deze link. Als je rechts helemaal onderaan kiest ‘complete thesis’, krijg je de volledige studie. Sterk aanbevolen.