Alle Amsterdamse Akten

Miljoenen akten liggen nog begraven in het archief van de Amsterdamse Notarissen. Ga mee op ontdekkingstocht en help de geschiedenis van Amsterdam herschrijven!

Stand van zaken

  • 28/731 notaris
  • 464 deelnemers

  • 28
    Notaris3.8%
  • 129.322
    • 0% Onbruikbaar
    • 49.4% Ingevoerd
    • 35% Gecontroleerd
    Ingevoerd 49.4%
  • 91.645
    • 0% Onbruikbaar
    • 49.4% Ingevoerd
    • 35% Gecontroleerd
    Gecontroleerd 35%
Meedoen aan dit project
Diogenes

Diogenes

Gezonken schip, slechts twee overlevenden

Op 13 mei 1733 vertrekt schip de Catharina Johanna, beladen met houtwaren en gevoerd door schipper Cornelis Jansz Kuijper, vanuit Texel naar Lissabon. Vijftien dagen later komt het schip in de Portugese hoofdstad aan en wordt het ingeladen hout gelost. Anderhalve maand later verlaat het schip de haven weer, ditmaal op weg naar het Russische Archangelsk. Op driekwart van de heenreis slaat het noodlot echter toe. Op 22 september komt het schip zo’n veertig mijl van de Noordkaap in een hevige storm terecht, en ondanks alle verwoede pogingen van bemanningsleden om het schip uit de buurt van land te houden, slaat het de volgende ochtend omtrent zes uur tussen Nordkinn en Slettness tegen een klip aan. Gerrit Hendriksz, die als timmerman op het schip aanwezig was, verklaart tegenover notaris Matthijs Maten de Jonge dat hij samen met een matroos genaamd Jan

 

“uijt het schip landtwaarts in zee gesprongen, en door de zee op een klip gewurpen, en dus aan land gekoomen zijn; Dat hij deposant op de klip weesende, en zigh immediaet omkeerende en kijkende na ’t schip, als toen zagh, dat het voorschip of ’t voorend van ’t schip reets weg, en de masten reets alle drie uijt het schip geslagen off gestooten waaren; waar op immediaat daar na in zijn deposants gezigt, de hut ook afgeslagen, de schipper aan lij in ’t water gevallen, en ’t schip verder met en beneffens den gemelden schipper en alle ’t scheepsvolk (buijten hem deposant en den matroos, Jan,) weggeraakt en verslonden is, sonder dat er een eenig mensch leevendig afgekomen, off ook iets van ’t schip of gereedtschappen geburgen off gebeneficeert is; Dat hij deposant, en den voorn. matroos Jan, op de klip, daar zij waren opgesmeeten, en van waar zij niet afkomen konden, als zijnde een ijland, zigh met het eeten van bladen en gras hebben behulpen tien etmaal lang, als wanneer zij zijn geburgen door ’t volk van schipper Jelle Piersz, die daaromtrent hun schip mede verloren hadden, en ter dier tijd met eenige vaartuijgen tot digt bij dese klip quamen vaaren; waar na ’t zelve volk, gelijk ook hij deposant, en de matroos Jan, nagaans zijn gekomen aan de Noortkaap; van waar hij deposant den 1sten maart deses jaars 1734 met een Deense stokvis haalder is vertrokken na de Sondt, van waar hij als nu met een smak is gekomen hier te lande; zijnde de matroos Jan na hem deposant wel nogh aan de Noortkaap gebleeven, maar met intentie, om kort daar aan met een Deens jaght te vertrekken na Dronthem.”

 

https://archief.amsterdam/inventarissen/inventaris/5075.nl.html#KLAC03372000244

  • Desi

    Desi

    Indrukwekkend verhaal, Diogenes. Brrr....storm aan de Noordkaap, op een houten schip in 1734.

  • Ellen Ruijter

    Ellen Ruijter

    Een film waard zo'n verhaal, dat geldt voor meer scheepsverklaringen, pareltjes zijn het soms.